De Centrale Bank van Suriname (de Bank) is uitgekomen met haar jaarverslag over 2014, waarin de algemene financiële en economische ontwikkelingen, alsook het door de Bank gevoerde beleid in het desbetreffend jaar zijn uiteengezet. Het jaarverslag is te downloaden van de website van de Bank (https://www.cbvs.sr/nl/publicaties/cbvs-rapporten/jaarrapporten). Behalve dit jaarverslag zijn ook alle andere jaarverslagen van de Bank vanaf 1957 te vinden op haar website. Door uiteenlopende omstandigheden is het jaarverslag 2014 later gepubliceerd dan gepland. De Bank werkt er met volle kracht aan om de jaarverslagen voortaan binnen afzienbare tijd na het verstrijken van een boekjaar, te publiceren. 
 
Uit het verslag blijkt onder meer dat de wereldeconomie in 2014 door positieve en negatieve factoren werd gekenmerkt die uiteindelijk in een groei van 3,4% resulteerden. De groei bleef stationair in vergelijking met 2013 en werd toen voornamelijk door groei van de Amerikaanse economie en opkomende economieën, aangevoerd door China en India, gevoed. 
Er is voorts een afname te constateren wanneer de groei van het volume van de wereldhandel in 2014 wordt vergeleken met die van 2013. Ontwikkelingslanden en opkomende economieën, tot voor kort nog aanjagers van de groei van het wereldhandelsvolume, registreerden in 2014 lagere groeivoeten. Verder had deze groep van landen te maken met een verslechtering van hun ruilvoetverhouding. De grote prijsdaling van grondstoffen is een belangrijke verklaring hiervoor. Ontwikkelde landen daarentegen, exporteurs van voornamelijk industriële producten, vertoonden een kleine verbetering van hun ruilvoetverhouding. 
 
De mondiale inflatie, uitgaande van de prijsindex van de gezinsconsumptie, was relatief laag en bedroeg 1,4%. Op landen (c.q. geografisch gebied) niveau, was er sprake van lage inflatie (minder dan 3%) in de Verenigde Staten van Amerika (VSA), het Eurogebied en Japan. In de ontwikkelingslanden en opkomende economieën was daarentegen sprake van relatief hoge inflatie. In Brazilië, Rusland, India en Zuid – Afrika was de inflatie boven de 6%. 
 
Het verslag laat zien dat de ruilvoetverslechtering in 2014 ook van toepassing was op Suriname. De internationale prijzen van de voornaamste exportproducten van Suriname vertoonden allemaal een sterke daling. Aangezien het handelsvolume van Suriname niet is toegenomen, zorgde dit uiteindelijk voor lagere deviezeninkomsten. Deze situatie heeft zich duidelijk gemanifesteerd op de lopende rekening van de betalingsbalans die in 2014 een tekort van US$ 386,2 miljoen vertoonde. In 2013 was het tekort nog US$ 197,6 miljoen. Dit tekort is in belangrijke mate gefinancierd via interen op de internationale reserves die in 2014 met US$ 150,2 miljoen afnamen. De importdekking daalde van 3,4 maanden in 2013, naar 2,7 maanden in 2014. 
 
De verslechtering van het externe economische klimaat- die resulteerde in een sterke terugval in de Staatsinkomsten- en het in onvoldoende mate bijstellen van Staatsinkomsten en uitgaven resulteerden in een tekort bij de Staatsfinanciën van 5,6% van het BBP in 2014. Dit is weliswaar een verbetering in de positie van de Staatsfinanciën ten opzichte van 2013 toen het Overheidstekort 6,1 % van het BBP bedroeg. Echter is een Overheidstekort van 5,6% van het BBP aan de hoge kant en niet houdbaar op de middellange termijn. De schuldpositie van de overheid bleef evenwel binnen het vastgestelde schuldenplafond.
 
De verslechterde internationale omgeving had ook gevolgen voor de nationale bedrijvigheid. De Surinaamse economie groeide met 1,8%. In 2013 was er sprake van een groei van 2,8%. De inflatie bedroeg 3,9% in 2014 tegenover 0,6% in 2013. De Centrale Bank heeft in het verslagjaar 2014 met behulp van valuta-interventies getracht om de druk op de wisselkoers ongedaan te maken. 
 
In de monetaire sfeer was de kredietverlening aan de overheid de voornaamste oorzaak voor de toename van de geldhoeveelheid. Doordat de internationale reserve werd aangesproken voor compensatie van de afgenomen deviezeninkomsten, leidde dit enigszins tot geldvernietiging. Doordat de geldschepping groter was dan de geldvernietiging, leidde dit per saldo tot een toename van de maatschappelijke geldhoeveelheid. 
 
In het verslag wordt verder vermeld dat in 2014 er een Financial Sector Assessment Program (FSAP) op verzoek van de Bank door het IMF en de Wereldbank werd uitgevoerd. Een FSAP is een gebruikelijke manier om inzicht te krijgen in de mate van soliditeit van de financiële sector en de kwaliteit van het wettelijk kader van de financiële infrastructuur.
 
Voor wat betreft het toezicht kan worden aangegeven dat het institutioneel kader van de financiële sector verder versterkt is geworden. Dit geschiedde voornamelijk door de hernieuwde uitvoering van richtlijnen die betrekking hebben op onder andere de waarborging van de kwaliteit van de activa van de algemene banken. Ook heeft de Centrale Bank als toezichthouder in 2014 bij de diverse algemene banken erop aangedrongen te voldoen aan de geldende “Anti-Money Laundering/Combating the Financing of Terrorism” (AML/CFT) richtlijn. De Bank acht financiële - en monetaire stabiliteit noodzakelijke voorwaarden in het beleid om tot macro-economische stabiliteit te kunnen geraken. 
 
 
 
 
 

De Centrale Bank van Suriname is op een verdienstelijke vierde plaats geëindigd tijdens de Intra Regional Central Bank Games 2016, die tijdens het paasweekeind in Suriname gehouden zijn. Bij twee van de negen takken van sport werd het kampioenschap behaald, te weten Dammen en Volleybal. Kampioen van het sporttoernooi voor centrale banken uit het Caribisch gebied werd de Centrale Bank van Jamaica. De president van de Centrale Bank van Suriname, Drs. Glenn Gersie, sprak bij de afsluiting van het toernooi zijn erkentelijkheid uit over het vlot verloop van het toernooi. Hij zei ook verheugd te zijn dat er naast de interactie op sportgebied, ook ruimschoots gebruik gemaakt is van de mogelijkheid om te netwerken op professioneel gebied. 

 

CBvS president Glenn Gersie overhandigt de kampioensbeker aan de teamleider van de Centrale Bank van Jamaica.

De acht centrale banken hebben het in het paasweekeind in negen takken van sport tegen elkaar opgenomen. De Centrale Bank van Jamaica eindigde met een totaal score van 104 punten op de eerste plaats, gevolgd door die van Guyana (90 pntn) en die van Trinidad & Tobago (80 pntn). De Centrale Bnak van Suriname eindigde met 72 punten op plek nr. 4. Hoewel de spelen voor de elfde keer gehouden zijn, was het pas de tweede keer dat Centrale Bank Suriname eraan meedeed. Opvallend bij de afgelopen spelen was de aanwezigheid van een groot aantal hoge functionarissen van centrale banken, waaronder de Bankpresidenten van Aruba, mevr. Semeleer en die van Guyana, de heer Ganga. Enkelen deden ook actief mee aan de spelen. Zo deed CBvS president Gersie het niet onverdienstelijk op het onderdeel Tafeltennis. De spelen leverden naast twee kampioenschappen ook twee Most Valuable Players (MVP’s) op voor Suriname.

 

Lachend neemt William Orie de beker voor MVP bij het Dammen in ontvangst.
 
William Orie werd uitgeroepen tot de meest waardevolle speler bij het onderdeel Dammen, terwijl Furgil Ong a Fat met die eer streek op het onderdeel Volleybal. 
 

Furgil Ong a Fat neemt zijn MVP trofee in ontvangst 
 
De eerstvolgende IRG games worden in 2018 gehouden. De toewijzing waar dat zal worden georganiseerd moet echter nog plaatsvinden. Hiervoor plegen de governors van de centrale banken spoedig overleg.
  
De eindrangschikking:                
  BOJ BOG CBT&T CBvS ECCB CBBar CBB BOA Grand Total
Basketball 15 10 5 12 5 5 8 0 60
Cricket 10 15 5 0 12 8 5 0 55
Darts 12 15 8 5 5 10 5 5 65
Dominoes 15 8 10 5 12 5 5 5 65
Draught 5 10 12 15 8 5 5 5 65
Football 8 12 15 10 5 5 0 0 55
Netball 15 5 12 5 8 10 0 0 55
Table tennis 12 10 8 5 5 15 5 0 60
Volleyball 12 5 5 15 10 5 8 0 60
Grand Total 104 90 80 72 70 68 41 15 540
  1st 2nd 3th 4th 5th 6th 7th Last  

 

Klik hier voor de gedetailleerde uitslagen

 

Legenda:
BOJ         :Bank of Jamaica
BOG        : Bank of Guyana
CBT&T    : Central Bank of Trinidad&Tobago
CBvS       : Centrale Bank van Suriname
ECCB      : East Caribbean Central Bank
CBBar     : Central Bank of Barbados
CBB        : Central Bank of Bahamas
BOA        : Central Bank of Aruba
 

 

Klik hier voor de korte uiteenzetting van het monetaire en wisselkoersbeleid CBvS

Exchange RatesJuly 16th and until further notice

Currency Buying Selling
USD 7,396 7,520
EUR 8,575 8,717
GBP 9,663 9,905
ANG 4,112 4,228
AWG 4,112 4,228
BRL 1,864 1,930
TTD 1,082 1,116
BBD 3,667 3,760
XCD 2,712 2,783
PER 100 GYD 3,478 3,595

Gold CertificatesJuly 16th and until further notice

Coupon SRD
5 gram 3.002,34
10 gram 6.004,69
50 gram 30.023,43
100 gram 60.046,85
500 gram 300.234,25
1000 gram 600.468,50
Gold LME: USD 1.241,80 /tr.oz.

Inflation

  Average End-of-period
2012 5.0 4.3
2013 1.9 0.6
2014 3.4 3.9
2015 6.9 25.1
2016 55.5 52.4
2017 22.0  9.2 
     
2017 Month-to-month Year-to-year
Jan 0.7 48.7
Feb 0.6 45.3
Mar 1.0 41.8
Apr 0.9 30.8
May 0.5 23.0
Jun 1.2 19.7
Jul 1.4 19.4
Aug 0.6 16.2
Sep 1.1 11.7
Oct 0.7 10.8
Nov 0.0 9.2
Dec 0.2 9.2
     
2018 Month-to-month Year-to-year
Jan 0.6 9.1
Feb 1.0 9.6
Mar 0.1 8.6

 

WisselkoersenJuly 16 en tot nader order

Geldsoort Aankoop Verkoop
USD 7,396 7,520
EUR 8,575 8,717
GBP 9,663 9,905
ANG 4,112 4,228
AWG 4,112 4,228
BRL 1,864 1,930
TTD 1,082 1,116
BBD 3,667 3,760
XCD 2,712 2,783
PER 100 GYD 3,478 3,595
CNY 1,087 1,122

GoudcertificatenJuly 16 en tot nader order

Coupure SRD
5 gram 3.002,34
10 gram 6.004,69
50 gram 30.023,43
100 gram 60.046,85
500 gram 300.234,25
1000 gram 600.468,50
Gold LME: USD 1.241,80 /tr.oz.

Inflatie

  Average End-of-period
2012 5.0 4.3
2013 1.9 0.6
2014 3.4 3.9
2015 6.9 25.1
2016 55.5 52.4
2017 22.0  9.2 
     
2017 Month-to-month Year-to-year
Jan 0.7 48.7
Feb 0.6 45.3
Mar 1.0 41.8
Apr 0.9 30.8
May 0.5 23.0
Jun 1.2 19.7
Jul 1.4 19.4
Aug 0.6 16.2
Sep 1.1 11.7
Oct 0.7 10.8
Nov 0.0 9.2
Dec 0.2 9.2
     
2018 Month-to-month Year-to-year
Jan 0.6 9.1
Feb 1.0 9.6
Mar 0.1 8.6

 

Weekbalans