Algemeen 

De Centrale Bank van Suriname (CBvS) streeft, zoals opgenomen in artikel 9 van de Centrale Bankwet 2022 (S.B. 2022 no. 65), naar het behoud van de stabiliteit van het financieel systeem. Dit streven tracht zij te realiseren door de toezichthoudende taken opgenomen in artikel 10 van voornoemde wet uit te voeren. Volgens dit artikel heeft de CBvS onder meer de taak om toezicht uit te oefenen op het bank- en kredietwezen, het pensioen- en assurantiewezen, het geldwisselverkeer, het overmakingenverkeer van financiële middelen van en naar het buitenland en op kapitaalmarkt, zulks tegen de achtergrond van de daarvoor geldende wettelijke regelingen. Het toezicht richt zich daarbij op de soliditeit en de integriteit van de instellingen in deze sectoren. Hierbij is het Directoraat Toezicht Kredietwezen belast met het prudentieel en integriteitstoezicht op de financiële instellingen. Dit directoraat beschikt over een secretariaat, Afdeling Toezicht Spaarinstellingen, Afdeling Toezicht Pensioenfondsen, Afdeling Toezicht Banken, Geldtransactiekantoren en Kapitaalmarkt, Afdeling Toezicht Verzekeringen, Afdeling Financiële Stabiliteit en Staforgaan DTK. 

 

De technische uitvoering van het toezicht op spaarinstellingen is gedelegeerd aan de Afdeling Toezicht Spaarinstellingen, waarbij de Wet Toezicht Bank- en Kredietwezen (S.B. 2011 no. 155) (WTK 2011) de basis vormt. Deze wet is van toepassing op kredietinstellingen, waar spaarinstellingen deel van uitmaken. Volgens de WTK 2011, is een kredietinstelling een rechtspersoon, die in belangrijke mate haar bedrijf maakt van het ter beschikking verkrijgen van direct of op termijn opvorderbare gelden, al dan niet in de vorm van spaargelden of tegen uitgifte van één of meer soorten schuldbewijzen, en van het voor eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen of beleggingen.

 

De definitie in acht nemende is een spaarinstelling meer dan een financiële instelling.

Een spaarinstelling is een democratisch beheerde organisatie op coöperatieve grondslag zonder winstoogmerk. De leden storten een entreepenning om als lid toegelaten te worden. Deze handeling stelt de leden in staat eigenaar te worden van de spaarinstelling en verleent hun het recht een bestuur te kiezen dat het beleid vaststelt. Tevens kan een directeur benoemd worden.

 

Vervolgens worden de namen van de onder toezicht staande spaarinstellingen jaarlijks in de eerste helft van de maand januari in het Advertentieblad van de Republiek Suriname gepubliceerd.

 

Oprichting van een spaarinstelling

De oprichting van een spaarinstelling dient volgens een wettelijk proces te geschieden.

Om de activiteiten van een spaarinstelling, met als rechtsvorm coöperatieve vereniging, te kunnen uitvoeren is conform de WTK 2011 een vergunning van de Bank vereist. Deze vergunning dient ingevolge artikel 3 van de WTK 2011 per aangetekende brief aangevraagd te worden bij de Bank.

 

Daarnaast dient de documentatie opgenomen in artikel 3 van de WTK 2011 ter goedkeuring van de Bank ingediend te worden. Naast de documenten opgenomen in artikel 3, kan de Bank tevens eisen nadere gegevens te verstrekken. Ook dienen de artikelen 2, 4 tot en met 11 in acht genomen te worden voor het oprichten van een spaarinstelling. Tevens dienen de Wet Coöperatieve verenigingen 2017, de Wet op de Jaarrekening 2017 en de Wet ter voorkoming en bestrijding van Money laundering en Terrorismefinanciering 2022 ook doorgenomen te worden.  

 

Het proces voor de vergunningsaanvraag

Alvorens een spaarinstelling wordt opgericht zullen documenten in orde gemaakt moeten worden. Dit kan enige tijd in beslag nemen. Daarnaast dient er een bestuur samengesteld te worden die minimaal uit vijf leden bestaat. Er zal ook een commissie van toezicht (toezichthoudend orgaan) samengesteld moeten worden. Deze organen dienen bemenst te worden door de leden van de spaarinstelling. Hierbij dienen de naam en de functie kenbaar gemaakt te worden. Voor de bemensing van de voornoemde organen is conform artikel 19 lid 2 van de WTK 2011 toestemming van de Bank noodzakelijk. Alvorens toestemming wordt verleend, zullen de leden van het bestuur en de commissie van toezicht en een eventuele directeur een ‘fit and proper’ test ondergaan, waarbij de beschikbaarheid en tijd, het belang van de instelling en onafhankelijkheid, de vakbekwaamheid, financiële gegoedheid, persoonlijke eigenschappen en de integriteit worden getoetst middels het invullen van een aanvraagformulier ten behoeve van leden van het bestuur, de directie en de commissie van toezicht. Hierna zullen er toetsings- en kennismakings-gesprekken worden gehouden.

 

Verder dient er eerst een vooronderzoek verricht te worden, waarbij aangetoond wordt dat de spaarinstelling levensvatbaar zal zijn. De resultaten van dit onderzoek dienen onder andere opgenomen te worden in een ondernemingsplan. Tevens moet dit plan eveneens het volgende bevatten:

  • Het doel en de visie, waarbij de behoefte van oprichting, de activiteiten en de doelgroepen ook worden opgenomen.
  • De personele bezetting.
  • De functiescheidingen (front office, back office, internal audit en compliance officer).
  • Een organogram.
  • De procedure inzake de wijze en frequentie van de rapportage aan management.
  • Een minimumaantal leden van 250 voor het oprichten van een levensvatbare spaarinstelling.
  • Financiële projecties van de eerste drie operationele jaren, die uit een balans, resultatenrekening en kastroomoverzicht bestaan. Hierbij dient tevens een prognose van de verwachte solvabiliteits- en liquiditeitspositie conform de geldende normen van de Bank te worden opgenomen.
  • Procedure voor risicomanagement (inclusief automatisering en beveiliging).
  • De concurrentiepositie van de spaarinstelling.
  • Naam van de externe accountant.

 

Nadat alle documentatie conform artikel 3 van de WTK 2011 is ingediend, zal de Bank overgaan tot de toetsing. Verder zullen er m.b.t. de vergunningsaanvraag kosten in rekening worden gebracht.  

 

Wanneer de documenten goed zijn bevonden en de leden van het bestuur en de commissie van toezicht toestemming hebben van de Bank, wordt de vergunning middels een beschikking verstrekt.

 

Hierna zal de spaarinstelling moeten voldoen aan de maandelijkse/kwartaalbasis en jaarlijkse rapportageplicht. Ook zijn spaarinstellingen, instellingen van openbaar belang, wat inhoudt dat jaarlijks een jaarrekening conform de Wet op de Jaarrekening 2017 zal moeten worden opgesteld.

 

Het toezicht op een spaarinstelling

Het toezicht op spaarinstellingen bestaat uit het volgende:

  • Het prudentieel toezicht dat zich richt op de financiële opzet. Hierbij wordt er gestreefd naar een gezonde coöperatieve sector. Dit ter bescherming van de aan de instelling toevertrouwde middelen en het verhogen van het vertrouwen van de leden.
  • Het integriteitstoezicht dat zich richt op:
    • corporate governance (deugdelijk bestuur), wat betrekking heeft op integere en deskundige bestuurders, die op basis van richtlijnen verantwoord beleid uitstippelen en uitvoeren voor de instellingen;
    • bestrijding van Money Laundering en Terrorisme Financiering (ML/FT). Hierbij is het doel om spaarinstellingen het minimale kader te verschaffen om op een adequate en proactieve wijze ML/FT te bestrijden, door risico’s te identificeren, te beoordelen, te onderzoeken en acties ter beperking van deze risico’s te ondernemen.

 

Verder wordt het toezicht uitgeoefend middels off-site inspecties en on-site inspecties:

  • Off - site monitoring

Nadat de vergunning is verstrekt aan een spaarinstelling dient de instelling op een vrij regelmatige basis haar gegevens te rapporteren, in een door de Bank voorgeschreven vorm (off-site monitoring). De off-site monitoring houdt zich bezig met het analyseren van rapportages van de instellingen, waarvan het resultaat fungeert als een waarschuwingssignaal voor eventuele problemen. De off-site monitoring wordt periodiek (maandelijks, op kwartaalbasis, halfjaarlijks, jaarlijks) uitgevoerd middels een analyse van de ontvangen data middels de voorgeschreven rapportagestaten, instructies en richtlijnen. Aan de hand van de analyse kan het opstellen van een brief of het uitnodigen voor een gesprek noodzakelijk zijn. Verder worden er ook periodieke gesprekken gevoerd met het doel dat de toezichthouder op de hoogte blijft van de ontwikkelingen die zich binnen de instelling afspelen.

  •  On - site inspectie 

Bij de on-site inspectie wordt de bedrijfsvoering van de instelling ter plekke beoordeeld aan de hand van haar boeken en bescheiden. In dit kader wordt onder meer gebruik gemaakt van de off-site monitoring data.

 

Einde toezicht

Afwikkeling van een spaarinstelling 

Indien een spaarinstelling niet meer levensvatbaar is en/of haar doel niet meer zal bereiken dient tot liquidatie over te gaan. Een spaarinstelling kan bij bestuurlijk besluit of middels een uitspraak van de kantonrechter worden opgeheven. Nadat alle formaliteiten zoals opgenomen in de wet- en regelgeving alsook de statuten zijn nageleefd, wordt het toezicht beëindigd, waarna tot opheffing van spaarinstelling kan worden overgegaan, gevolgd door het doorhalen van spaarinstelling uit het register van de CBvS.

Algemeen 

De grondslag van de toezichthoudende taak van de Centrale Bank van Suriname (voortaan aangeduid met CBvS) is vastgelegd in artikel 9 van de Centrale Bankwet 2022 (S.B. 2022 no. 65). Volgens dit artikel heeft de CBvS onder meer de taak om toezicht uit te oefenen op het bank- en kredietwezen, het pensioen- en assurantiewezen, het geldwisselverkeer en op het overmakingenverkeer van financiële middelen van en naar het buitenland, zulks tegen de achtergrond van de daarvoor geldende wettelijke regelingen. Het toezicht richt zich daarbij op de soliditeit en de integriteit van de instellingen in deze sectoren en sub-sectoren. 

Het Directoraat Toezicht Kredietwezen is belast met het prudentieel en integriteitstoezicht op financiële instellingen. Dit directoraat omvat een secretariaat en de Afdeling Toezicht Pensioenfondsen, Afdeling Toezicht Banken, Toezicht Geldtransactiekantoren en Toezicht Kapitaalmarkt, Afdeling Toezicht Verzekeringen, Afdeling Toezicht Spaarinstellingen, Afdeling Financiële Stabiliteit en Staforgaan (DTK).

De Wet Pensioenfondsen en Voorzieningsfondsen (S.B. 2005 no. 75) vormt de basis voor het toezicht op vrijwillige pensioenregelingen w.o. pensioenfondsen en voorzieningsfondsen. De technische uitvoering van het toezicht op pensioen- en voorzieningsfondsen is gedelegeerd aan de Afdeling Toezicht Pensioenfondsen. De namen van de onder toezicht staande pensioen- en voorzieningsfondsen worden in de eerste helft van de maand januari van ieder jaar naar de toestand per 31 december van het voorgaande jaar in het Advertentieblad van de Republiek Suriname gepubliceerd.

Het toezicht op pensioen- en voorzieningsfondsen omvat:

  • het prudentieel toezicht dat zich richt op de financiële opzet, de deskundigheid en integriteit van bestuurders van instellingen en daardoor op bescherming van de belangen en verhogen van het vertrouwen van de deelnemers in hun instelling en de aan de instelling toevertrouwde middelen.
  • het integriteitstoezicht dat zich richt op:
    •  een “schone” en integere pensioensector middels aanpak van financieel-economische criminaliteit;
    • het beheersen van de integriteitsrisico's bij de onder toezicht staande instellingen;
    • integere en deskundige bestuurders, die op basis van een gedragscode verantwoord beleid uitstippelen en uitvoeren voor de instellingen.

De opzet is om d.m.v. adequaat toezichthouden de kans te mitigeren dat instellingen in moeilijkheden geraken alsook de sector als geheel, als gevolg van onder andere witwasactiviteiten, financiering van terrorisme en/of corruptie, alsook insolvabele instellingen. 

Conform de Wet ter voorkoming en bestrijding van Money Laundering en Terrorismefinanciering - S.B. 2022 no. 138 (voortaan aangeduid met WMTF) houdt de CBvS AML/CFT-toezicht, onderdeel van het integriteitstoezicht, op alle financiële instellingen. In dit kader houdt de Afdeling Toezicht Pensioenfondsen AML/CFT-toezicht op alle pensioen- en voorzieningsfondsen, dus ook het Algemeen Pensioenfonds, dat niet valt onder het prudentieel toezicht van de CBvS. 

In dit kader heeft de CBvS de richtlijn “Regeling gedragscode voor pensioen- en voorzieningsfondsen” uitgevaardigd alsook ingevolge de bepalingen van de WMTF de “Richtlijn AML/CFT en corruptie voor pensioenen en voorzieningsfondsen”. 

Integriteitsrisicomanagement omvat het voorkomen van betrokkenheid bij criminele activiteiten waaronder, maar niet beperkt tot, witwassen, terrorismefinanciering en andere overtredingen van de WMTF of het handelen in strijd met de algemeen aanvaarde normen. 

Uitgangspunt van de CBvS is dat integriteitsrisicomanagement ethisch gedrag en een ethische bedrijfscultuur bevordert. Ter voorkoming van belangenverstrengeling, dient integriteitsrisicomanagement te worden opgenomen in de eigen gedragscode van de instellingen.

 

Nodig om te weten

Wat is een pensioenfonds?

Volgens de Wet Pensioenfondsen en Voorzieningsfondsen (voortaan aangeduid met WPV), is een pensioenfonds een aan één of meer ondernemingen verbonden instelling, waarin ten bate van personen, die aan de onderneming(en) verbonden zijn, gelden worden bijeengebracht, strekkende tot verzekering van pensioen.

Wat is een voorzieningsfonds?

Volgens de WPV is een voorzieningsfonds een aan één of meer ondernemingen verbonden instelling, waarin ten bate van personen, die aan die onderneming(en) verbonden zijn, gelden worden bijeengebracht met het oog op een eenmalige uitkering bij wijze van oudedagsvoorziening. 

Oprichting pensioenfonds of voorzieningsfonds

De oprichting van een pensioen- of voorzieningsfonds dient volgens een wettelijk proces te geschieden. Het wordt aanbevolen dit proces zorgvuldig te volgen. De werkgever dient de pensioentoezegging te melden bij de CBvS. Eveneens dient het bestuur binnen 3 maanden na oprichting het pensioen- of voorzieningsfonds aan te melden bij de CBvS door middel van een aanmeldingsformulier. Onderstaand is een overzicht van verplichtingen van dit proces weergegeven:

Welke rechtsvorm moet het pensioen- of voorzieningsfonds bezitten? Pensioen- en voorzieningsfondsen moeten de rechtsvorm van een stichting naar Surinaams recht bezitten. 

Wanneer moet een pensioen- of voorzieningsfonds worden geregistreerd bij de CBvS? Het bestuur van een pensioenfonds of voorzieningsfonds is verplicht het pensioen- of voorzieningsfonds binnen 3 maanden na oprichting bij de CBvS aan te melden.

Wanneer moet het bestuur van het pensioen- of voorzieningsfonds een verzoek aan de CBvS richten voor de afgifte van een verklaring van geen bezwaar?  Bij de aanmelding richt het bestuur van een pensioen- of voorzieningsfonds een verzoek aan de CBvS voor de afgifte van een verklaring van geen bezwaar om als pensioen- of voorzieningsfonds te mogen opereren.

Welke documenten moeten worden overgelegd bij de aanmelding van een pensioen- of voorzieningsfonds (in oprichting)?  

  • De documenten die overgelegd dienen te worden zijn als volgt.
  • Een afschrift van de akte van oprichting c.q. de statuten;
  • Een bewijs van inschrijving in het Stichtingenregister;
  • Een door het bestuur gewaarmerkt exemplaar van de statuten en reglementen;
  • Een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de overeenkomst betreffende de regeling omtrent de betalingen van de bijdragen.

Waar moet de melding van oprichting van een pensioen- of voorzieningsfonds worden gedaan?

De melding van oprichting van een pensioen- of voorzieningsfonds wordt bij de CBvS gedaan.

Welke bepalingen moeten de statuten en het (pensioen)reglement van het pensioen- of voorzieningsfonds minimaal bevatten?

De statuten en reglementen van een pensioen- of voorzieningsfonds moeten minimaal, bepalingen bevatten welke beantwoorden aan de voorschriften van de WPV.

Welke gegevens zijn bovendien gedurende dezelfde termijn van dit proces vereist door de CBvS? 

De volgende gegevens zijn vereist door de CBvS:

  • Opgave van de actuaris belast met de actuariële werkzaamheden ten behoeve van het pensioenfonds, indien het pensioenfonds haar verplichtingen geheel of gedeeltelijk in eigen beheer houdt.
  • Opgave van de externe accountant belast met de controle van de staten.
  • Opgave van de administrateur van het pensioen- of voorzieningsfonds.
  • Opgave van de personen met tekeningsbevoegdheid, met vermelding van de respectievelijke autorisatiebevoegdheden.

 

Verklaring van geen bezwaar

Als het pensioen- of voorzieningsfonds is aangemeld bij de CBvS, dient op basis van de WPV gelijktijdig een verzoek aan de CBvS te worden gedaan voor de afgifte van een verklaring van geen bezwaar. 

In gevolge de wettelijke bepalingen beslist de CBvS op het verzoek tot afgifte van een verklaring van geen bezwaar binnen 3 maanden na ontvangst van alle vereiste gegevens, bewijsstukken en inlichtingen.

Van de beslissing wordt door de CBvS bij aangetekend schrijven mededeling gedaan aan het pensioen- of voorzieningsfonds. 

Ten behoeve van voormeld proces is de “Richtlijn voor de onder toezichtstelling en afgifte van een verklaring van geen bezwaar voor pensioenfondsen en voorzieningsfondsen uitgevaardigd.

 

Toetsing op integriteit en deskundigheid van bestuurders

De CBvS toetst conform de WPV de bestuurders van een pensioen- of voorzieningsfonds die het beleid bepalen of mede helpen bepalen op hun deskundigheid en integriteit. Voor een voorzieningsfonds worden t.a.v. deskundigheid lagere eisen gesteld.

Wanneer vindt de toetsing plaats en welke personen?

De toetsing vindt plaats bij aanmelding van het bestuur van een startend pensioen- of voorzieningsfonds of bij aanmelding van aspirant-bestuursleden en zittende bestuurders, die zich herkiesbaar stellen van reeds bestaande pensioen- en voorzieningsfondsen. 

Welke documenten worden vereist?

Uit hoofde van de WPV worden de volgende documenten vereist:

  • Het curriculum vitae
  • Een verklaring van de Procureur-Generaal omtrent de antecedenten
  • Een recente CBB-uittreksel
  • Een recente goedgelijkende pasfoto
  • Een recente nationaliteitsverklaring
  • Een kopie van de ID kaart
  • Het volledig ingevuld aanvraagformulier 

 

Deze toetsing vindt plaats aan de hand van de Richtlijn m.b.t. vereisten voor bestuursleden op het gebied van integriteit en deskundigheid”. 

 

Het toezicht op pensioen- of voorzieningsfondsen 

Off - site inspectie

De off –site inspectie kan worden omschreven als het verwerken, analyseren en beoordelen van informatie c.q. rapportages van de pensioen- of voorzieningsfondsen, waarvan de bevindingen fungeren als een signaal voor eventuele problemen, gegroepeerd naar risicogebieden.

On - site inspectie 

On –site inspectie wordt o.a. uitgevoerd bij een pensioen- of voorzieningsfonds o.b.v. (de mate van) geïdentificeerde risico’s, waaraan het pensioen- of voorzieningsfonds zich blootstelt c.q. redflags, die zijn geconstateerd tijdens de off- site inspectie. De bedrijfsvoering van de instelling wordt ter plekke beoordeeld o.a. aan de hand van beschikbaar gestelde documentatie.

Periodieke gesprekken

Deze gesprekken vinden plaats, indien de CBvS het nodig acht of op verzoek van een pensioen- of voorzieningsfonds en hebben de volgende doelstellingen:

  • Bestuursleden informeren over de verantwoordelijkheden en de aansprakelijkheid bij het aanvaarden van de functie van bestuurslid.
  • Op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen binnen het pensioen- of voorzieningsfonds.
  • Het pensioen- of voorzieningsfonds te begeleiden bij allerhande zaken.
  • Geconstateerde ontwikkelingen direct met het bestuur van het pensioen- of voorzieningsfonds bespreken ter voorkoming van (onoverkomelijke) problemen.

  

Einde toezicht

Afwikkeling van pensioen- of voorzieningsfondsen 

Indien een pensioen- of voorzieningsfonds haar doel bereikt heeft of haar doel niet meer zal bereiken is het nodig om deze instelling te doen opheffen c.q. op te heffen. Een pensioen- of voorzieningsfonds kan bij bestuurlijk besluit of middels een uitspraak van de kantonrechter worden opgeheven. Nadat alle formaliteiten zoals opgenomen in de statuten alsook de regels van de WPV en de CBvS zijn nageleefd, wordt het toezicht beëindigd, waarna tot opheffing van het pensioen- of voorzieningsfonds kan worden overgegaan, gevolgd door het uitschrijven van het pensioenfonds of voorzieningsfonds uit het Stichtingenregister.

Date Name  Author
WP/19/01 Towards Financial Inclusion: An Assessment for Suriname Nancy Fraser, Cherique MacDonald & Gavin Ooft
     
WP/18/04 Modelling and Forecasting Inflation for the Economy of Suriname Gavin Ooft
     
WP/18/03 A Monthly Economic Activity Index System for Suriname    Sailesh Bhaghoe
     
WP/18/02 The Impact of Value Added Tax on Economic Growth - Can Suriname draw a Lesson from Value Added Tax in the Caribbean? Albert W. Mungroo
     
WP/18/01 Financial Resource Curse:  the Role of Commodity Price Shocks in Suriname Jennilee Brunings, Xanegay Huur, Peggy Tjon Kie Sim-Balker
     
WP/17/01 Strategic Assets Allocation for the Saving and Stabilization Fund of Suriname (SSFS) D. Wondel
     
WP/16/03 Inflation and Economic Activity in Suriname Gavin Ooft
     
WP/16/02 The Impact of the Foreign Exchange Market and Exchange Rate Policy on the Trade Balance in Suriname 1971-2012 Janice Narain
     
WP/16/01 Determining a Debt Threshold for Suriname - Is there an Optimal Level? Peggy Tjon Kie Sim-Balker & Albert Mungroo
     
WP/14/04 Financial Development in Suriname and its Relationship with Economic Growth Nancy Ong-A-Kwie-Jurgens & Daniel Boamah
     
WP/14/02 Twin Deficits in Suriname: An Empirical Analysis Peggy Tjon Kie Sim-Balker Albert Mungroo, Natalie Piqué-Lont & Gavin Ooft
     
WP/14/01 Measuring the impact of Suriname’s Monetary Policy on the Business Cycle: 1970-2012 Nancy Ong a Kwie & Ansjela-Devi Bhagwandin
     
WP/13/04 Government Expenditure in Suriname: A stimulus or impediment to growth Albert Mungroo, Gavin Ooft & Peggy Tjon Kie Sim-Balker
     
WP/13/03 Human Capital Development & Economic Growth in Suriname Gavin Ooft & Karel Eckhorst
     
WP/13/02 The Feasibility of Open Market Operations in Suriname: The pass-through of the policy interest rate Nancy Ong a Kwie & Natalie Pique
     
WP/13/01 Towards an Inflation Targeting Framework for Suriname Nancy Fraser & Ansjela-Devi Bhagwandin
WP/12/04 The International Investment Position of Suriname Rosminie Warsosemito
     
WP/12/03 The money demand function in Suriname Sanjay Gaurisankar & Nancy Ong A Kwie-Jurgens
     
WP/12/02 Tourism and Agricultural intersectoral linkages in Suriname 1980-2010 Karel Eckhorst & Daniëlla Wondel
     
WP/12/01 Coping with Financial Dollarization in Suriname Rakesh Adhin
     
WP/11/01 Short-Run and Long-Run Relationship between Money and Prices: The Case of Suriname Sanjay Gaurisankar with Saira Jahangir-Abdoelrahman, Karel Eckhorst, Wendy Amatali-Sisal, Rosminie Warsosemito, Daniëlla Wondel

 

Exchange RatesMarch 09th and until further notice

Currency Buying Selling
USD 14,018 14,290
EUR 16,628 16,959
GBP 19,396 19,782
ANG 7,699 7,852
AWG 7,784 7,939
BRL 2,438 2,485
TTD 2,063 2,103
BBD 6,907 7,044
XCD 5,190 5,293
PER 100 GYD 6,657 6,790

Gold CertificatesMarch 09th and until further notice

Coupon SRD
5 gram 7.814,97
10 gram 15.629,94
50 gram 78.149,69
100 gram 156.299,39
500 gram 781.496,94
1000 gram 1562993,88
Gold LME: USD 1.701,00 /tr.oz.

Inflation

    Average End-of-period
2022   52.4 54.6
       
2023   Month-to-month Year-to-year
Jan   3.7 55.6
Feb   3.2 57.9
Mar   3.2 59.6
Apr   5.7 65.4
May   2.4 65.0
Jun   2.3 54.6
Jul   3.0 56.6
Aug   2.0 53.5
Sep   1.5 50.8
Oct   1.0 42.9
Nov   0.6 38.7
Dec*   0.1 32.6

*) Preliminary figures

 

 

Gewogen Gemiddelde Koersen23 februari - 15:00u (Giraal)

Geldsoort Aankoop Verkoop
USD 34,997 35,486
EUR 37,940 38,381
GBP 44,429 45,300
ANG 19,229 19,606
AWG 19,443 19,824
BRL 7,043 7,182
TTD 5,148 5,249
BBD 17,252 17,590
XCD 12,962 13,216
GYD PER 100 16,630 16,956
CNY 4,863 4,958

Gewogen Gemiddelde Koersen23 februari - 15:00u (Bankpapier)

Geldsoort Aankoop Verkoop
USD 34,045 34,546
EUR 35,369 35,715
GBP 43,220 44,076
ANG 18,706 19,076
AWG 18,914 19,288
BRL 6,852 6,988
TTD 5,008 5,107
BBD 16,783 17,115
XCD 12,609 12,859
GYD PER 100 16,177 16,498
CNY 4,730 4,824

GoudcertificatenFebruari 23

Coupure SRD
5 gram 23.091,83
10 gram 46.183,65
50 gram 230.918,27
100 gram 461.836,54
500 gram 2.309.182,70
1000 gram 4.618.365,39
Gold LBMA USD 2.024,00 / tr.oz

Gewogen gemiddelde toegewezen OMO rente

Veiling ID Veiling Datum Rente (%)
CBTD240221-1W 2024-02-21 30,8
CBTD240214-1W 2024-02-14 32,1
CBTD240207-1W 2024-02-07 27,4
CBTD240131-1W 2024-01-31 28,4

Rente Beleningsfaciliteit

Veiling ID Veiling Datum Rente (%)
CBTD240221-1W 2024-02-21 37,0
CBTD240214-1W 2024-02-14 38,5
CBTD240207-1W 2024-02-07 32,9
CBTD240131-1W 2024-01-31 34,1
Weekbalans

Inflatie

    Average End-of-period
2022   52.4 54.6
       
2023   Month-to-month Year-to-year
Jan   3.7 55.6
Feb   3.2 57.9
Mar   3.2 59.6
Apr   5.7 65.4
May   2.4 65.0
Jun   2.3 54.6
Jul   3.0 56.6
Aug   2.0 53.5
Sep   1.5 50.8
Oct   1.0 42.9
Nov   0.6 38.7
Dec*   0.1 32.6

*) Preliminary figures