De Centrale Bank van Suriname (Centrale Bank) heeft kennisgenomen van enkele publicaties verschenen in de media waarin gesuggereerd wordt dat in de afgelopen maanden de overheidstekorten op grote schaal monetair gefinancierd zijn, “een handeling die een schop tegen het zere been is van het Internationale Monetaire Fonds (IMF)”. In het artikel staan veel onjuistheden vermeld die de lezers op een dwaalspoor kunnen brengen.

In Suriname en in andere landen waar economische ontsporing mede het gevolg is van monetaire financiering van overheidstekorten, heeft dit begrip een negatieve betekenis wat zou kunnen leiden tot een contraproductieve reactie van het publiek. De Centrale Bank wil het artikel ontkrachten door de samenleving de juiste en verifieerbare informatie te verstrekken. Deze informatie kan door lezers en/of analisten worden nagetrokken op de website (www.cbvs.sr) van de Centrale Bank.

In het kader van het programma met het IMF, hebben de minister van Financiën en Planning en de Governor van de Centrale Bank van Suriname op 2 juli 2021 een Memorandum of Understanding (MoU) getekend, waarin is overeengekomen dat overheidstekorten niet monetair worden gefinancierd. Dit was een belangrijke stap in de stabilisatie van de economie en herstel van het vertrouwen in de Surinaamse dollar.

Het begrip monetaire financiering is gereserveerd voor de financiering van overheidstekorten via geldschepping (in de volksmond “het drukken van geld”) door de Centrale Bank. De monetaire financiering is een lening/kredietverschaffing van de Centrale Bank aan de overheid. Hierdoor neemt de korte schuld van de overheid bij de Centrale Bank toe. Is dit momenteel het geval in Suriname? Nee! Niet elke geldschepping door de Centrale Bank ten behoeve van de overheid is monetaire financiering. Hier komen we verder in dit artikel op terug.

In het kader van het programma met het IMF is er sprake van een intensieve samenwerking tussen de Centrale Bank en het IMF. Elke dag, elke week en elke maand worden door verschillende afdelingen van de Centrale Bank wisselkoers-, cashflow- en monetaire data gerapporteerd aan het IMF, op basis waarvan zij de kortetermijnontwikkelingen in Suriname op de voet kan volgen. Verder vindt er geregeld online overleg plaats met deskundigen van het IMF over wisselkoersontwikkelingen, monetaire en andere onderwerpen betreffende de Surinaamse economie, waarbij ook gepraat wordt over de knelpunten bij de uitvoering van het monetair beleid. Bij het overleg met de IMF-deskundigen wordt regelmatig op aanvraag een toelichting op de gerapporteerde data verstrekt door functionarissen van de Centrale Bank. Zou het de IMF-deskundigen dan niet zijn opgevallen dat overheidstekorten monetair worden gefinancierd? Iedere deskundige kan uit de monetaire tabellen op de website van de Centrale Bank afleiden of er monetaire financiering plaatsvindt. De Bank kan monetaire financiering dus niet verbergen.

Wat is er aan de hand?

Allereerst is het belangrijk om te vermelden dat in het kader van het programma met het IMF, de Surinaamse overheid geen nieuwe leningen in binnen- en buitenland kan sluiten. Dus ook niet bij een lokale bank die genoemd wordt. Ook kan de overheid geen schatkistpapier uitgeven. Economische analisten en andere schrijvers worden van harte aangespoord het programma met het IMF goed door te nemen of zich goed te laten informeren.  

In de plaats van het sluiten van binnenlandse en buitenlandse commerciële leningen, krijgt de overheid toegang tot financiële middelen (in de vorm van betalingsbalanssteun, begrotingssteun en projectfinanciering in vooral US-dollars) van internationale en regionale financiële instellingen zoals het IMF, de Wereldbank, Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IaDB) en Caribbean Development Bank (CDB). Naast de financiële ondersteuning van de internationale instellingen kan de overheid ook putten uit haar mijnbouwontvangsten. Indien de overheid deze financiële middelen aanspreekt, dient zij deze uitsluitend te verkopen aan de Centrale Bank. Hierdoor nemen enerzijds de internationale reserves (IR) van de Centrale Bank en anderzijds de SRD-tegoeden van de overheid bij de Centrale Bank toe. Het verkopen van vreemde-valutategoeden door de overheid aan de Centrale Bank heeft te maken met het feit dat haar belastinginkomsten niet toereikend zijn om haar lopende uitgaven te dekken. Zolang de overheid haar SRD-tegoeden bij de Centrale Bank niet opneemt, is er geen sprake van geldschepping en is de toename van de bankbiljetten in circulatie niet toe te schrijven aan de Staat.

Wanneer de overheid haar SRD-tegoeden aanspreekt om betalingen te verrichten, wordt geld elektronisch overgemaakt door de Centrale Bank naar een rekening of naar rekeningen van derden bij de algemene banken. Tevens kan de overheid bij de Centrale Bank SRD in contanten opnemen om bijvoorbeeld AOV en AKB in het binnenland uit te betalen. De overheid is, evenals rekeninghouders bij de lokale banken, vrij om haar tegoeden bij de Centrale Bank op te nemen hetzij giraal of in contanten. Er vindt bij deze handelingen van de overheid geldschepping plaats, echter kan dit niet gecategoriseerd worden als monetaire financiering. De Centrale Bank heeft de overheid immers geen lening/krediet verstrekt. In het geval van opnamen van contante SRD door de overheid of uit hoofde van stortingen bij de lokale banken voor betalingen, kan het zo zijn dat de lokale banken de Centrale Bank benaderen voor contant geld. Hierdoor nemen de bankbiljetten in circulatie toe. Dit is precies wat zich in de afgelopen 4 tot 5 maanden heeft voltrokken. De Centrale Bank probeert via haar open-markt-operaties deze extra geldhoeveelheid, gecreëerd ten behoeve van de overheid, uit circulatie te halen. Het lukt de Centrale Bank niet altijd om dat extra geld uit circulatie te halen, waardoor een deel blijft hangen in de economie. Deze uitdaging wordt ook onderkend door het IMF en gesprekken zijn gaande om het macro-economisch raamwerk, aan te passen. Ook vindt er een intensievere coördinatie plaats tussen het Ministerie van Financiën en Planning en de Centrale Bank over het te voeren monetair beleid en fiscaal beleid.

De Weekstaat van de Centrale Bank

De Centrale Bank kan niet voldoende benadrukken hoe belangrijk haar Weekstaat (balans) is voor de monitoring van de korte termijn monetaire ontwikkeling in de economie. Op de Weekstaat is vooral de financiële positie van de overheid te achterhalen alsook de omvang van de internationale reserves van de Centrale Bank. Balansposten dienen niet geïsoleerd van elkaar te worden bekeken. Zo dient de omvang van de bankbiljetten in omloop geplaatst te worden tegenover de internationale reserves. Hieruit valt te destilleren dat in anderhalf jaar tijd het dekkingspercentage van de Bank sterk is verbeterd. Elk bankbiljet dat door de Centrale Bank is uitgegeven is momenteel voor ±85% gedekt door goud- en deviezenvoorraad en ligt daarmee boven de wettelijke norm van tenminste 50%. Desondanks is het vertrouwen in de SRD niet genoegzaam hersteld. De Centrale Bank onderkent dat eenmaal geschonden vertrouwen in geld moeilijk is te herstellen. De Centrale Bank blijft zich beijveren om de SRD weer tot een volwaardige munteenheid te maken en het is niet uitgesloten dat wij hiervoor een lange adem dienen te hebben.

Exchange RatesMarch 09th and until further notice

Currency Buying Selling
USD 14,018 14,290
EUR 16,628 16,959
GBP 19,396 19,782
ANG 7,699 7,852
AWG 7,784 7,939
BRL 2,438 2,485
TTD 2,063 2,103
BBD 6,907 7,044
XCD 5,190 5,293
PER 100 GYD 6,657 6,790

Gold CertificatesMarch 09th and until further notice

Coupon SRD
5 gram 7.814,97
10 gram 15.629,94
50 gram 78.149,69
100 gram 156.299,39
500 gram 781.496,94
1000 gram 1562993,88
Gold LME: USD 1.701,00 /tr.oz.

Inflation

    Average End-of-period
2013   1.9 0.6
2014   3.4 3.9
2015   6.9 25.1
2016   55.5 52.4
2017   22.0  9.2 
2018   6.8# 5.4 
2019   4.4#  4.2 
2020   34.9 60.8
2021   59.1  60.7 
2022   52.4 54.6
       
2021   Month-to-month Year-to-year
Jan   2.6 63.8
Feb   1.3 61.9
Mar   2.1 50.4
Apr   3.5 44.4
May   4.2 43.6
Jun   10.8 54.0
Jul   5.7 58.9
Aug   11.6 74.4
Sep   1.3 69.5
Oct   1.5 60.6
Nov   3.3 63.4
Dec   1.3 60.7
       
2022   Month-to-month Year-to-year
Jan   3.1 61.5
Feb   1.7 62.1
Mar   2.2 62.2
Apr   1.9 59.8
May   2.7 57.5
Jun   9.1 55.1
Jul   1.7 49.2
Aug   4.0 39.1
Sep   3.3 41.9
Oct   6.5 49.0
Nov   3.7 49.5
Dec*   4.7 54.6

*) Preliminary figures

# 10-months inflation (Computations without data for May and June)

 

Gewogen Gemiddelde Koersen03 februari - 15:00u (Giraal)

Geldsoort Aankoop Verkoop
USD 32,184 32,431
EUR 33,965 34,947
GBP 39,439 40,212
ANG 17,684 18,030
AWG 17,880 18,230
BRL 6,352 6,477
TTD 4,745 4,838
BBD 15,865 16,176
XCD 11,920 12,154
PER 100 GYD 15,293 15,593
CNY 4,777 4,870

Gewogen Gemiddelde Koersen03 februari - 15:00u (Bankpapier)

Geldsoort Aankoop Verkoop
USD 32,135 32,532
EUR 33,566 33,585
GBP 39,379 40,159
ANG 17,657 18,006
AWG 17,853 18,206
BRL 6,342 6,468
TTD 4,738 4,832
BBD 15,841 16,155
XCD 11,902 12,138
PER 100 GYD 15,270 15,572
CNY 4,770 4,864

GoudcertificatenFebruari 03

Coupure SRD
5 gram 20.036,66
10 gram 40.073,32
50 gram 200.366,62
100 gram 400.733,24
500 gram 2.003.666,18
1000 gram 4.007.332,37
Gold LBMA USD 1.921,65 / tr.oz

Gewogen gemiddelde toegewezen OMO rente

Veiling ID Veiling Datum Rente (%)
CBTD230201-1W 2023-02-01 47,9
CBTD230125-1W 2023-01-25 49,4
CBTD230118-1W 2023-01-18 59,7
CBTD230111-1W 2023-01-11 73,9

Rente Beleningsfaciliteit

Veiling ID Veiling Datum Rente (%)
CBTD230201-1W 2023-02-01 57,5
CBTD230125-1W 2023-01-25 59,3
CBTD230118-1W 2023-01-18 71,6
CBTD230111-1W 2023-01-11 88,7
Weekbalans

Inflatie

    Average End-of-period
2013   1.9 0.6
2014   3.4 3.9
2015   6.9 25.1
2016   55.5 52.4
2017   22.0  9.2 
2018   6.8# 5.4 
2019   4.4#  4.2 
2020   34.9 60.8
2021   59.1  60.7 
2022   52.4 54.6
       
2021   Month-to-month Year-to-year
Jan   2.6 63.8
Feb   1.3 61.9
Mar   2.1 50.4
Apr   3.5 44.4
May   4.2 43.6
Jun   10.8 54.0
Jul   5.7 58.9
Aug   11.6 74.4
Sep   1.3 69.5
Oct   1.5 60.6
Nov   3.3 63.4
Dec   1.3 60.7
       
2022   Month-to-month Year-to-year
Jan   3.1 61.5
Feb   1.7 62.1
Mar   2.2 62.2
Apr   1.9 59.8
May   2.7 57.5
Jun   9.1 55.1
Jul   1.7 49.2
Aug   4.0 39.1
Sep   3.3 41.9
Oct   6.5 49.0
Nov   3.7 49.5
Dec*   4.7 54.6

*) Preliminary figures

# 10-months inflation (Computations without data for May and June)