De Centrale Bank van Suriname (CBvS) opende zijn deuren op 1 april 1957 en heeft sindsdien steeds een belangrijke rol in de Surinaamse economie vervuld.

De CBvS is een unieke financiële instelling en kan niet zomaar worden vergeleken met de commerciële banken. De Bank functioneert als een monetaire instelling en heeft de taak om Surinaams geld in omloop te brengen. De CBvS is ook de bewaarder van de internationale reserves van het land en zorgt ervoor dat er voldoende goud en buitenlandse valutareserves aanwezig zijn om te kunnen voldoen aan de externe betalingsverplichtingen van Suriname.

De CBvS ziet erop toe dat de stabiliteit van de waarde van de Surinaamse munt in binnen- en buitenland wordt gewaarborgd.

Uiteraard was er ook geld in omloop in de Surinaamse economie voordat de CBvS in 1957 werd opgericht. De eerste munt werd in 1679 geslagen, en werd de Papegaaienmunt genoemd. Op de munt was een papegaai afgebeeld die op een tak zit met één, twee of vier bladeren. Eén blad stond voor één pond suiker, dat toen vijf cent kostte.

Vanwege de hoge productiekosten van de munten, besloten de koloniale vertegenwoordigers in 1757 om speelkaarten als geld te gebruiken. De kaarten kregen een nominale waarde, een stempel en de handtekening van een bevoegde ambtenaar, en werden vervolgens uitgegeven als het officiële geld van Suriname. Enige tijd gebruikte men ook Nederlands geld, dat met schepen naar Suriname werd vervoerd, als wettig betaalmiddel. Maar ook dat was niet praktisch en daarom werd in 1829 in Paramaribo de West-Indische Bank opgericht, die bevoegd was om een beperkt aantal bankbiljetten uit te geven (met een beperkte totale waarde). Door een aantal problemen hield deze bank in 1848 op te bestaan. Er waren bankbiljetten in omloop, maar er was geen plaats om ze centraal op te slaan, te controleren en weer uit te geven.

Toen de economie groeide en er meer werd gehandeld, geleend en gespaard, werd duidelijk dat er meer geld in omloop moest worden gebracht. Daarom werd in 1865 De Surinaamsche Bank (DSB) opgericht. In weerwil van de naam was het investeringskapitaal van deze bank grotendeels in handen van Nederlandse particulieren en bedrijven. Maar op de bankbiljetten die door de DSB werden uitgegeven waren wel Surinaamse symbolen en landschappen afgebeeld. Deze bank bracht geld in omloop, maar de kolonie Suriname had inmiddels behoefte aan een centrale bank, die in 1957 werd opgericht. 

In 1954 kreeg Suriname een semi-autonome status ten opzichte van het Koninkrijk der Nederlanden en zijn Overzeese Gebieden. Als gevolg daarvan veranderden een aantal functies van de lokale overheid in Suriname, onder meer met betrekking tot het geldsysteem. Suriname had behoefte aan meer bevoegdheden ten aanzien van het uitgeven, controleren en waarborgen van het geld dat in omloop was. Daarom werd uiteindelijk de Centrale Bank van Suriname opgericht, een onafhankelijke instelling met de deskundigheid om de waarde van de Surinaamse munt veilig en stabiel te houden.

Exchange RatesApril 20th and until further notice

Currency Buying Selling
USD 7,406 7,530
EUR 9,132 9,283
GBP 10,469 10,730
ANG 4,117 4,234
AWG 4,117 4,234
BRL 2,149 2,224
TTD 1,079 1,113
BBD 3,672 3,765
XCD 2,716 2,786
PER 100 GYD 3,500 3,618

Gold CertificatesApril 20th and until further notice

Coupon SRD
5 gram 3.264,17
10 gram 6.528,33
50 gram 32.641,66
100 gram 65.283,32
500 gram 326.416,61
1000 gram 652.833,22
Gold LME: USD 1.348,30 /tr.oz.

Inflation

  Average End-of-period
2012 5.0 4.3
2013 1.9 0.6
2014 3.4 3.9
2015 6.9 25.1
2016 55.5 52.4
2017 22.0  9.2 
     
2017 Month-to-month Year-to-year
Jan 0.7 48.7
Feb 0.5 45.3
Mar 1.0 41.8
Apr 0.9 30.8
May 0.5 23.0
Jun 1.2 19.7
Jul 1.4 19.4
Aug 0.6 16.2
Sep 1.1 11.7
Oct 0.7 10.8
Nov 0.0 9.2
Dec 0.2 9.2
     
2018 Month-to-month Year-to-year
Jan 0.6 9.1
Feb 1.0 9.6