Gepubliceerd op: 30-09-2019 | Bron: de Ware Tijd

 

In deze editie van dWT-rubriek “De Internationale Kapitaalmarkt” gaan wij kort in op de misverstanden die de afgelopen weken in de Surinaamse samenleving zijn ontstaan  betreffende de Banknote Trading Agreement van de Centrale Bank van Suriname met de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve Bank of New York, afgekort Fed). Wij eindigen zoals gewoonlijk met een conclusie voor Suriname.

Een aantal weken terug ging er ook veel discussietijd verloren vanwege onbegrip over het verschil tussen een staatsobligatie en een bilaterale lening. Zoals ook uitgelegd aan de pers tijdens de CBvS informatiesessie afgelopen vrijdag, is de Banknote Trading Agreement van de CBvS met de Fed een technische operatie die door hard werk van CBvS Governor Robert van Trikt en zijn team tot stand is gekomen. In tegenstelling tot wat beweerd wordt, is hier geen sprake is van een lening of onderpand of gebruik van kasreserves bij deze Banknote Trading Agreement. Simpel gesteld: de CBvS kan nu in feite gloednieuwe contante US-dollars “pinnen” ten behoeve van Surinaamse banken, uit de “pinautomaat” van de Fed. De banken maken hiertoe giraal US-dollars over naar de Fed, waarna de CBvS, als correspondentbank van de Fed, deze dollarbedragen vervolgens cash kan opnemen. Dit is volstrekt legitiem en hier is niets verdachts aan. Iedere centrale bank,  die aan de strikte vereisten van de Fed voldoet, kan in aanmerking komen voor een Banknote Trading Agreement.

De groothandel in bankbiljetten

Op de  internationale kapitaalmarkt wordt ongeveer US$ 6,6 biljoen per dag  aan vreemde valuta (foreign exchange ofwel “FX”)  elektronisch, met een druk op de knop, verhandeld. Echter, naast deze elektronische valutahandel blijft contant geld (cash), vooral in ontwikkelingslanden, een belangrijk betaalmiddel. De uitdrukking “Cash is King” is een belangrijke beurswijsheid op de internationale kapitaalmarkt. Het is een advies om altijd cash - contant geld of liquide middelen bij een bank- aan te houden als een buffer om in onzekere tijden een reserve beschikbaar te hebben voor onvoorziene omstandigheden. Voor landen, bedrijven of huishoudens met een spaarcultuur speelt cash geld  al generaties lang een belangrijke rol. Daarom  bestaat er naast de elektronische FX-handel, ook de handel in fysieke (cash) valutas, de zogenaamde Banknote Trading. De volumes van Banknote Trading zijn aanzienlijk kleiner dan die van de elektronische valutahandel, te weten rond de US$ 10 miljard (bron:  Smithers “The Future of Banknotes 2023”).  In de ontwikkelde economieën is er een tendens om transacties geheel giraal te maken en zelfs in vele opkomende landen is er een snelle opmars van “contactless payments” via de mobiele telefoon. De elektronische valutahandel vindt vaak plaats tussen banken onderling (interbancair). Daarentegen vindt de handel in fysieke vreemde valuta vaak plaats tussen banken en niet-bancaire financiële instellingen. Groothandelaren in cash bankbiljetten zijn bijvoorbeeld wisselkantoren (cambios), banken, cruiseschepen etc.

Operationele en veiligheidsrisico’s

Dus afgezien van de valutakoersen die op de elektronische schermen zichtbaar zijn,  bestaat  er ook een  andere marktsector waar het “fysieke” deel van de handel in contante vreemde valuta plaatsvindt. De groothandel in bankbiljetten is een gespecialiseerde business. Bankbiljetten moeten worden aangekocht en bewaard worden in kluizen en daarna naar tegenpartijen worden getransporteerd. Naast het valutarisico zijn er bij de fysieke handel dus ook additionele risico’s, zoals  operationele en veiligheidsrisico’s. Net zoals iedere andere wholesaler, moet de groothandelaar in bankbiljetten zijn fysieke inventaris efficiënt kunnen beheren. In tegenstelling tot elektronisch geld,  leveren contante bankbiljetten geen rente op, terwijl de opslag- en verzekeringskosten aanzienlijk kunnen zijn. Een van de grote risico’s voor een groothandelaar in bankbiljetten is een onnodige voorraadopbouw en de daarmee samenhangende kosten, waaronder opportunity costs (gederfde rente). Daarentegen zijn er geen opslagkosten voor de handelaar in elektronische valuta. Hij kan met een druk op de knop zijn valuta omzetten naar een andere valuta of op een deposito plaatsen waardoor hij rente verdient.

De informele en criminele economie draaien op cash

Helaas wordt het gebruik van grote hoeveelheden cash nog steeds geassocieerd met illegale en criminele activiteiten. Voor de goede orde, de Centrale Markt, de “detailhandel“  etc. draaien ook op cash, maar de bedragen zijn per transactie vaak relatief klein. Contant geld wordt veel gebruikt in de informele economie en is bij uitstek het algemeen geaccepteerd betaalmiddel voor de meeste illegale en criminele activiteiten. In veel gevallen, zelfs wanneer de opbrengsten van een misdrijf in eerste instantie in elektronische vorm worden gegenereerd (zoals diefstal van geld van een bankrekening), kiezen criminelen ervoor om het geld contant van een bankrekening op te nemen, naar een ander land te vervoeren, en het op een andere rekening te storten om zodoende een controlespoor (“audit trail”) te doorbreken. Het fysieke transport van contanten over een internationale grens is een van de oudste en meest basic vormen van witwassen, maar anno 2019 is het nog steeds prevalent.  Er zijn geen betrouwbare schattingen over de hoeveelheid geld die via cash transport wordt witgewassen, maar het cijfer lijkt tussen honderden miljarden en een biljoen US-dollar per jaar te liggen. De  smokkel van contant geld is duidelijk een toenemend probleem. De bedoeling is dat het criminele geld uiteindelijk in het legitieme financiële systeem terechtkomt en dat het  wordt gerecycled door banken en andere financiële instellingen.

Banknote trading vergt stricte due diligence

Contant geld is dus het betaalmiddel voor de informele economie en criminele doeleinden. Vandaar dat legitieme deelnemers aan Banknote Trading aan strikte en uitgebreide onderzoeken (Client Due Diligence “CDD”)  worden onderworpen. Naast de maatregelen die door de gespecialiseerde transport bedrijven worden uitgevoerd, zijn banken en andere financiële instellingen op grond van hun nationale wetgeving verplicht om uitgebreide CDD te verrichten op al hun klanten. Meestal worden vragen gesteld over het bedrijfsmodel van de klant.  Is het cash geld afkomstig van eigen interne activiteiten, of fungeert de klant als een consolidatiepunt voor het cash geld van andere bedrijven in de omgeving? Als dit het geval is, zal de CDD om aanvullende informatie vragen en inzoomen op de oorsprong van het geld van de overige bronnen.  Ook kan onderzoek gedaan worden naar de markt of business sector van de klant, om te verifiëren dat het volume en de verdeling van het contante geld in overeenstemming is met de lokale omstandigheden. Bijvoorbeeld een bank gevestigd op een vakantiebestemming die populair is bij Europese toeristen, zal in de vakantieperiodes meer flows van contant geld in euros krijgen, hetgeen legitiem is. Echter een kleine winkel die ineens vele miljoenen US$ aan contact geld heeft zal de test niet doorstaan. De praktijk heeft uitgewezen dat de effectiviteit van due diligence niet 100% waterdicht is. Criminele organisaties kunnen soms hun criminele contante dollars via Banknote Trading met commerciële banken in het systeem brengen. Vandaar dat legitieme verzenders het contant geld op een speciale manier moeten verpakken en verzegelen. De biljetten worden bijvoorbeeld in blokken van 100/1000 biljetten van dezelfde valuta en denominatie, verpakt in zakken met uniek genummerde verzegeling. Een afwijkende verpakking kan soms een potentiële indicator zijn van mogelijk crimineel geld.

Federal Reserve’s Custodial Inventory (“CI”) programma

De Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve) biedt via haar divisie Federal Reserve Bank Services (FRB Services) financiële diensten aan andere banken en centrale banken aan, die aan hun stringente voorwaarden voldoen.  Een van de diensten is het zogenaamde Custodial Inventory (CI) programma. Dit is in feite een bewaarvoorraad van een valuta die elektronisch wordt overgeschreven naar de rekening van de Federal Reserve Bank, maar de equivalente waarde wordt in bankbiljetten door een financiële instelling in haar beveiligde faciliteit gehouden, of er naar toe getransporteerd.  Belangrijke internationale valuta's zoals de Amerikaanse dollar en de Euro worden onder dit CI programma in reserves gehouden buiten de landen waar ze worden uitgegeven en gedrukt. In het geval van de Amerikaanse dollar beheert de Federal Reserve Bank of New York (FRBNY) het Custodial Inventory Program, waarbij haar eigen Amerikaanse dollars worden bewaard op veilige locaties in gescheiden kluizen die eigendom zijn van en worden beheerd door particuliere banken in Frankfurt, Hong Kong China,Londen, Singapore en Zürich. Bankbiljetten worden over het algemeen vervoerd door gespecialiseerde transport bedrijven (Cash/Valuables In Transit “CVIT” ) die toegang hebben tot een breed scala aan hoogbeveiligde maatregelen, zoals beveiligde geldcentra, kluizen, kassa-tel- en verwerkingsfaciliteiten, beveiligde verpakkingen en gepantserde voertuigen. Sommige grote CVIT-bedrijven bieden ook een complete 'end-to-end'-service die inzameling, consolidatie, telling, douanedocumentatie, inklaring en tevens levering op de eindbestemming garandeert. Er zijn strikte protocollen en procedures om ervoor te zorgen dat, in geval van problemen/incidenten, eventuele verliezen gedekt kunnen worden door de  verzekeraar waardoor betrokkenen vrijgesteld worden van gerechtelijke stappen.  Internationale luchthavens die als vrachthub fungeren, hebben meestal hoogwaardige vrachtloodsen, met strikte beveiligingsmaatregelen om hoogwaardige geldzendingen te verwerken.

ABN Nederland wordt onderzocht vanwege witwassen

Een nieuw onderdeel van het internationale toezichtskader heeft als  doelstelling om het witwassen van geld en de financiering van terrorisme tegen te gaan. De AML/CFT wetgeving is een zeer belangrijk onderdeel geworden binnen het bankwezen en bij het internationale betalingsverkeer. AML heeft betrekking op “Anti-money laudering” en CFT op “ Combating the Financing of Terrorism”. Dit toezichtskader moet er op toezien dat alle financiële instellingen, inclusief de grote banken hun interne controles verbeteren. Banken moeten al hun nieuwe en bestaande klantenrelaties onderwerpen aan strictere due-diligence procedures. Tevens moeten zij transactie- historie bewaren, betere surveillance-maatregelen doorvoeren om verdachte en ongebruikelijke transacties op te sporen en deze aan de nationale autoriteiten te melden. AML/CFT dwingt alle internationale banken om er zelf op toe te zien dat  hun correspondent banking counterparts in bijvoorbeeld Jamaica, Guyana of Suriname, dezelfde stricte CDD (Client Due Diligence) en KYC (Know Your Customer) maatregelen toepassen. Deze stricte regulering heeft een onverwacht neveneffect gehad, namelijk dat vele internationale banken gestopt zijn met het verlenen van correspondent bank diensten vanwege “de-risking”.  De banken willen geen hoge boetes van hun toezichthouders riskeren en beëindigen daarom de bankrelaties in “high risk” landen, zoals die in de Caricom.  Maar dit is een wereldwijd probleem dat ook in Nederland aan de orde is. Afgelopen week werd bekendgemaakt dat ABN een boete zal krijgen van De Nederlandsche Bank (DNB)/Openbaar Ministerie omdat ABN’s witwascontrole niet op orde is. Ook ING trof vorig jaar een schikking van € 775 mln met het Nederlandse Openbaar Minsterie om vervolging voor falend witwasbeleid te vermijden.

CBvS heeft strikte due diligence van de Fed doorstaan

Via de Banknote Trading Agreement met de Fed heeft de Centrale Bank van Suriname aangetoond dat zij wel degelijk haar zaken op orde heeft op het gebied van de AML/CFT wetgeving. Governor  Robert van Trikt en zijn team verdienen een compliment voor het afsluiten van deze Agreement met de Fed die na lange intensieve voorbereiding tot stand is gekomen. Het is de eerste keer in de geschiedenis van Suriname dat de CBvS rechtstreeks van de Fed  cash US-dollars ontvangt. Het is echter niet gebruikelijk (onder meer uit veiligheidsoverwegingen) om exacte details van de  ingevlogen US$ aan de samenleving bekend te maken. Van belang is nu dat de strikte compliance vanuit de CBvS op ALM/CFT procedures gehandhaafd blijft.  Het is goed nieuws dat de koers van SRD 8,30 naar SRD 7,85 is gedaald. Maar er moet structureel nog heel veel gebeuren om de SRD te stabiliseren, bijvoorbeeld unificatie van de verschillende  koersen en uiteraard het meest cruciale, namelijk verlaging van de staatsschuld via fiscale hervorming en beëindiging van de uitholling  van de solvabiliteit van Republiek Suriname. Maar de Banknote Trading Agreement is een belangrijke bouwsteen voor een stabielere SRD. De CBvS kan vele andere landen (bijvoorbeeld ACP-landen)  die ook het slachtoffer geworden zijn van cash US$ schaarste, adviseren bij het aangaan van Banknote Trading agreements. Tevens zouden de Centrale Bank en het Ministerie van Financiën beleid moeten ontwikkelen om contante betalingen in de  economie verder terug te dringen. Hierdoor zullen belastinginkomsten van de Staat verder toenemen. Vermeldenswaard is dat de CBvS in het kader van financial inclusion, wat beoogt een maximum aan burgers gebruik te doen maken van financiële diensten, een “de-cashing” beleid aan het voorbereiden is. Cash is inderdaad King, maar cash geld is wel een duur instrument om aan te houden. Dus ook voor de Surinaamse burger is het belangrijk om cash tot het minimaal noodzakelijke te beperken.

Conclusie voor Suriname

Het bezoek aan de Federal Reserve Bank of New York door de topdelegatie van de CBvS onder leiding van Governor Robert van Trikt is prijzenswaardig  gegeven het behaalde resultaat voor de Republiek Suriname. Het is positief dat Suriname via de CBvS in het nieuws komt vanwege deze financieel-technische samenwerking met de Fed - de centrale bank van Amerika. Maar de regering moet daadwerkelijk serieuzer gaan werken aan het terugdringen van de informele sector, met name aan de bestrijding van de georganiseerde (drugsgerelateerde) criminaliteit. Helaas wordt Suriname nog steeds gezien als een “drugtranshipment point”’ met controversiële hooggeplaatste beleidmakers. Vandaar dat op 13 april 2018 een 19,5 miljoen euro geldzending (op naam van de CBvS en onderweg naar de Bank of China)  geconfisqueerd werd door de Nederlandse justitie en nog steeds wordt vastgehouden. Deze Banknote Trading Agreement met de Fed moet daarom  duidelijk gecommuniceerd worden naar de internationale (financiële) pers en de financiële autoriteiten in het buitenland. De Surinaamse financiële autoriteiten kunnen met de Fed Banknote Trading Agreement op zak nu zo spoedig mogelijk in de aanval gaan om de 19,5 miljoen euro van Nederland los te krijgen.

©jetinvest2019; Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Exchange RatesOctober 22nd and until further notice

Currency Buying Selling
USD 7,396 7,520
EUR 8,239 8,412
GBP 9,549 9,788
ANG 4,112 4,228
AWG 4,112 4,228
BRL 1,762 1,824
TTD 1,076 1,111
BBD 3,667 3,760
XCD 2,712 2,783
PER 100 GYD 3,487 3,605

Gold CertificatesOctober 22nd and until further notice

Coupon SRD
5 gram 3.606,05
10 gram 7.212,10
50 gram 36.060,51
100 gram 72.121,02
500 gram 360.605,08
1000 gram 721.210,15
Gold LME: USD 1.491,50 /tr.oz.

Inflation

  Average End-of-period
2012 5.0 4.3
2013 1.9 0.6
2014 3.4 3.9
2015 6.9 25.1
2016 55.5 52.4
2017 22.0  9.2 
2018 6.8  5.4 
     
2019 Month-to-month Year-to-year
Jan 0.7 5.5
Feb -0.1 4.3
Mar 0.0 4.2
Apr 0.6 4.6
May 0.4  
Jun 0.4  
Jul 0.2 4.3
Aug* 0.4 4.0

*) Preliminary figures 

 

WisselkoersenOctober 22 en tot nader order

Geldsoort Aankoop Verkoop
USD 7,396 7,520
EUR 8,239 8,412
GBP 9,549 9,788
ANG 4,112 4,228
AWG 4,112 4,228
BRL 1,762 1,824
TTD 1,076 1,111
BBD 3,667 3,760
XCD 2,712 2,783
PER 100 GYD 3,487 3,605
CNY 1,030 1,064

GoudcertificatenOctober 22 en tot nader order

Coupure SRD
5 gram 3.606,05
10 gram 7.212,10
50 gram 36.060,51
100 gram 72.121,02
500 gram 360.605,08
1000 gram 721.210,15
Gold LME: USD 1.491,50 /tr.oz.

Inflatie

  Average End-of-period
2012 5.0 4.3
2013 1.9 0.6
2014 3.4 3.9
2015 6.9 25.1
2016 55.5 52.4
2017 22.0  9.2 
2018 6.8  5.4 
     
2019 Month-to-month Year-to-year
Jan 0.7 5.5
Feb -0.1 4.3
Mar 0.0 4.2
Apr 0.6 4.6
May 0.4  
Jun 0.4  
Jul 0.2 4.3
Aug* 0.4 4.0

*) Preliminary figures 

 

Weekbalans