Algemeen
De grondslag van de toezichthoudende taak van de Centrale Bank van Suriname (voortaan aangeduid met CBvS) is vastgelegd in artikel 9 van de Bankwet 1956 (G.B. 1956 no.97, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 2005 no. 56, geldende tekst S.B. 2010 no. 173). Volgens dit artikel heeft de CBvS onder meer de taak om toezicht uit te oefenen op het bank- en kredietwezen, het pensioen- en assurantiewezen, het geldwisselverkeer en op het overmakingenverkeer van financiële middelen van en naar het buitenland, zulks tegen de achtergrond van de daarvoor geldende wettelijke regelingen. Het toezicht richt zich daarbij mede op de integriteit van de instellingen werkzaam in deze sectoren en sub-sectoren.
Het Directoraat Toezicht Kredietwezen is belast met het bedrijfseconomisch toezicht op financiële instellingen. Dit directoraat wordt ondersteund door een secretariaat en is verder onderverdeeld in vijf afdelingen te weten: Afdeling Toezicht Pensioenfondsen, Afdeling Toezicht Banken, Afdeling Toezicht Verzekeringen, Afdeling Toezicht Spaarinstellingen en Afdeling Juridische ondersteuning en Integriteit.
Op basis van de Wet Pensioenfondsen en Voorzieningsfondsen 2005 (S.B. 2005 no. 75) wordt het toezicht op pensioenfondsen, die gebaseerd zijn op een vrijwillige regeling, alsook voorzieningsfondsen uitgeoefend. De technische uitvoering van het toezicht op pensioen- en voorzieningsfondsen is gedelegeerd aan de Afdeling Toezicht Pensioenfondsen. Het toezicht op pensioen- en voorzieningsfondsen richt zich op de financiële opzet, de deskundigheid en integriteit van bestuurders van instellingen en daardoor op bescherming van de belangen en verhogen van het vertrouwen van de deelnemers in hun instelling en de aan de instelling toevertrouwde middelen. De opzet is om d.m.v. adequaat toezichthouden de kans te mitigeren dat een instelling in moeilijkheden geraakt, alsook de sector als geheel, dus solvabele instellingen te hebben alsook redelijke oude dag vooruitzichten voor de belanghebbenden van de instellingen.
Het proces voorafgaand aan toezicht
Wat is een pensioenfonds?
Volgens de Wet Pensioenfondsen en Voorzieningsfondsen (voortaan aangeduid met WPV), is een pensioenfonds een aan één of meer ondernemingen verbonden instelling, waarin ten bate van personen, die aan de onderneming(en) verbonden zijn, gelden worden bijeengebracht, strekkende tot verzekering van pensioen.
Wat is een voorzieningsfonds?
Volgens de WPV is een voorzieningsfonds een aan één of meer ondernemingen verbonden instelling, waarin ten bate van personen, die aan die onderneming(en) verbonden zijn, gelden worden bijeengebracht met het oog op een eenmalige uitkering bij wijze van oudedagsvoorziening.
Oprichting pensioenfonds of voorzieningsfonds
De oprichting van een pensioen- of voorzieningsfonds dient volgens een wettelijk proces te geschieden. Het wordt aanbevolen dit proces zorgvuldig te volgen. Reeds binnen 3 maanden na oprichting dient het pensioen- of voorzieningsfonds te worden aangemeld bij de CBvS door middel van een aanmeldingsformulier. Onderstaand is een overzicht van verplichtingen van dit proces weergegeven:
Welke rechtsvorm moet het pensioen- of voorzieningsfonds bezitten?
Pensioen- en voorzieningsfondsen moeten de rechtsvorm van een stichting naar Surinaams recht bezitten.
Wanneer moet een pensioen- of voorzieningsfonds worden geregistreerd bij de CBvS?
Het bestuur van een pensioenfonds of voorzieningsfonds is verplicht het pensioen- of voorzieningsfonds binnen 3 maanden na oprichting bij de CBvS aan te melden.
Wanneer moet het bestuur van het pensioen- of voorzieningsfonds een verzoek aan de CBvS richten voor de afgifte van een verklaring van geen bezwaar?
Bij de aanmelding richt het bestuur van een pensioen- of voorzieningsfonds een verzoek aan de CBvS voor de afgifte van een verklaring van geen bezwaar om als pensioen- of voorzieningsfonds te mogen opereren.
Welke documenten moeten worden overgelegd bij de aanmelding van een pensioen- of voorzieningsfonds (in oprichting)?
De documenten die overgelegd dienen te worden zijn als volgt.
- Een afschrift van de akte van oprichting;
- Een bewijs van inschrijving in het Stichtingenregister;
- Een door het bestuur gewaarmerkt exemplaar van de statuten en reglementen;
- Een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de overeenkomst betreffende de regeling omtrent de betalingen van de bijdragen, als bedoeld in artikel 6 van de WPV.
Waar moet de melding van oprichting van een pensioen- of voorzieningsfonds worden gedaan?
De melding van oprichting van een pensioen- of voorzieningsfonds wordt bij de CBvS gedaan.
Welke bepalingen moeten de statuten en het (pensioen)reglement van het pensioen- of voorzieningsfonds minimaal bevatten?
De statuten en reglementen van een pensioen- of voorzieningsfonds moeten minimaal, bepalingen bevatten welke beantwoorden aan de voorschriften van de artikelen 8, 9, 12 t/m 18, 19 lid 1 en lid 4, en 20 tot en met 27 van de WPV.
Welke gegevens zijn bovendien gedurende dezelfde termijn van dit proces vereist door de CBvS?
De volgende gegevens zijn vereist door de CBvS:
- Kopie van de overdracht – of herverzekeringscontracten, indien het pensioenfonds haar verplichtingen geheel of gedeeltelijk bij een verzekeraar heeft ondergebracht.
- Opgave van de actuaris belast met de actuariële werkzaamheden ten behoeve van het pensioenfonds, indien het pensioenfonds haar verplichtingen geheel of gedeeltelijk in eigen beheer houdt.
- Opgave van de externe accountant belast met de controle van de staten als bedoeld in artikel 27 lid 4 van de WPV.
- Opgave van de administrateur van het pensioen- of voorzieningsfonds.
- Opgave van de personen met tekeningsbevoegdheid, met vermelding van de respectievelijke autorisatiebevoegdheden.
Verklaring van geen bezwaar (voortaan aangeduid met vvgb)
Als het pensioen- of voorzieningsfonds is aangemeld bij de CBvS, dient op basis van de WPV gelijktijdig een verzoek aan de CBvS te worden gedaan voor de afgifte van een verklaring van geen bezwaar.
In gevolge de wettelijke bepalingen beslist de CBvS op het verzoek tot afgifte van een vvgb binnen 3 maanden na ontvangst van de vereiste gegevens, bewijsstukken en inlichtingen.
Van de beslissing wordt door de CBvS bij aangetekend schrijven mededeling gedaan aan het pensioen- of voorzieningsfonds.
Ten behoeve van voormeld proces is de “Richtlijn voor de onder toezichtstelling en afgifte van een verklaring van geen bezwaar voor pensioenfondsen en voorzieningsfondsen” uitgevaardigd.
Toetsing op integriteit en deskundigheid van bestuurders
De CBvS toetst conform de WPV, in het kader van het prudentieel toezicht, de bestuurders van een pensioen- of voorzieningsfonds die het beleid bepalen of mede helpen bepalen op hun deskundigheid en integriteit. Voor een voorzieningsfonds worden t.a.v. deskundigheid lagere eisen gesteld.
Wanneer vindt de toetsing plaats?
De toetsing vindt plaats bij aanmelding van het bestuur c.q. bij aanmelding van aspirant-bestuursleden.
Welke personen worden getoetst?
De aspirant-bestuursleden en zittende bestuurders, die zich herkiesbaar stellen, worden getoetst.
Welke documenten worden vereist?
Uit hoofde van artikel 9, de leden 2 en 3, van de WPV worden de volgende documenten vereist:
- Het curriculum vitae
- Een verklaring van de Procureur-Generaal omtrent de antecedenten
- Een recente CBB-uittreksel
- Een recente pasfoto
- Een recente nationaliteitsverklaring
- Een kopie van de ID kaart
- Het volledig ingevuld aanvraagformulier
Deze toetsing vindt plaats aan de hand van de “Richtlijn m.b.t. vereisten voor bestuursleden op het gebied van integriteit en deskundigheid”.
Het toezicht op pensioen- of voorzieningsfondsen
Off - site inspectie
De off –site inspectie kan worden omschreven als het verwerken, analyseren en beoordelen van informatie c.q. rapportages van de pensioen- of voorzieningsfondsen, waarvan de bevindingen fungeren als een signaal voor eventuele problemen, gegroepeerd naar risicogebieden.
On - site inspectie
On –site inspectie wordt o.a. uitgevoerd bij een pensioen- of voorzieningsfonds o.b.v. (de mate van) geïdentificeerde risico’s, waaraan het pensioen- of voorzieningsfonds zich blootstelt c.q. redflags, die zijn geconstateerd tijdens de off- site inspectie. De bedrijfsvoering van de instelling wordt ter plekke beoordeeld o.a. aan de hand van beschikbaar gestelde documentatie.
Periodieke gesprekken
Deze gesprekken vinden plaats, indien de CBvS het nodig acht of op verzoek van een pensioen- of voorzieningsfonds en hebben de volgende doelstellingen:
- Op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen binnen het pensioen- of voorzieningsfonds.
- Het pensioen- of voorzieningsfonds te begeleiden bij allerhande zaken.
- Geconstateerde ontwikkelingen direct met het bestuur van het pensioen- of voorzieningsfonds bespreken ter voorkoming van (onoverkomelijke) problemen.
Einde toezicht
Afwikkeling van pensioen- of voorzieningsfondsen
Indien een pensioen- of voorzieningsfonds haar doel bereikt heeft of haar doel niet meer zal bereiken is het nodig om deze instelling te doen opheffen c.q. op te heffen. Een pensioen- of voorzieningsfonds kan bij bestuurlijk besluit of middels een uitspraak van de kantonrechter worden opgeheven. Nadat alle formaliteiten zoals opgenomen in de statuten alsook de regels van de WPV en de CBvS zijn nageleefd, wordt het toezicht beëindigd, waarna tot opheffing van het pensioen- of voorzieningsfonds kan worden overgegaan, gevolgd door het uitschrijven van het pensioenfonds of voorzieningsfonds uit het Stichtingenregister.

