|
In
leiding
Suriname is sedert november 1997 officieel lid van de Islamic Development
Bank (IsDB)[1].
Er bestaan verschillende opvattingen over de functie en plaats van de IsDB
in ons ontwikkelingsproces. De opmerking van een journalist dat
financiering van de IsDB goedkoop zou zijn, was voor mij aanleiding tot
het schrijven van onderstaand artikel om te pogen meer licht te werpen op
deze instelling en haar in een juist perspectief te plaatsen.
De
IsDB werd in 1973 opgericht als de “ontwikkelingspoot” van de
Organization of Islamic Conference (OIC), welke te vergelijken is met de
Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS). Het lidmaatschap van de OIC
staat open voor alle landen die zich kunnen beroepen op het feit dat een
deel van hun bevolking bestaat uit belijders van de islam[2]
en zich kunnen conformeren aan de basisprincipes van de OIC, o.a.
versterking van de islam solidariteit
en verdediging van de waardigheid van de lidlanden. Het lidmaatschap van
de OIC geldt als voorwaarde om het lidmaatschap van de IsDB aan te vragen.
Het doel van de bank is de economische ontwikkeling en sociale vooruitgang
van de lidlanden te bevorderen, alsmede van “muslim
communities” in niet-lidlanden, overeenkomstig
de principes van de “shari’ah” (de islamitische wetgeving).
Velen in Suriname gaan er vanuit dat, vanwege dit laatste gegeven de
toegang tot financiering voor bepaalde groepen soepeler zou kunnen
verlopen dan voor andere. De bank richt zich echter op de ontwikkeling van
de gehele natie en werkt
hoofdzakelijk via de regering van het lidland.
Financiering van “muslim communities” vindt bij lidlanden dus niet
plaats op grond van geloofsprincipes. Alle ingediende projecten moeten
goed onderbouwd zijn, voldoen aan de eisen van haalbaarheid en
bijdragen tot de nationale ontwikkeling, ongeacht tot welke groep de
indiener behoort.
Structuur
en financieringsmodaliteiten[3]
Na
30 jaren is de IsDB uitgegroeid tot een conglomeraat van
financieringsinstituten die hun operaties ook richten op de private
sector. Er is sprake van de “IDB group”. Daarmee past de bank zich aan
de recente trend binnen de internationale financiering waarbij de private
sector als “ontwikkelingsagent”
wordt beschouwd en een belangrijke plaats wordt toebedeeld.
De IDB group onderscheidt zich van andere multilaterale
financieringsinstituten door het aanbod van andersoortige financieringsvormen,
alle gebaseerd op de “shari’ah”. Karakteristiek hierbij is
dat er geen rente in rekening wordt gebracht. Vermoedelijk heeft dit
aspect aanleiding gegeven te denken dat financiering door die bank
goedkoop zou zijn. Het
niet doorberekenen van rente maakt financiering door de IsDB nog niet
goedkoop. Er
zíjn kosten aan deze financiering verbonden.
Overheidsprojecten o.m. in de sociale en gezondheidssector komen in
aanmerking voor een lage “service fee” van 2-3% per jaar van het
gefinancierd bedrag[4]
over een periode die niet samenvalt met de looptijd. De looptijd in deze
gevallen is meestal 20 - 25 jaar.
Voor projecten in de private sector en van staatsbedrijven met een
winstverwachting, geldt een “mark-up” die gelijkgesteld is aan het
LIBOR[5]
percentage met een marge[6].
Voor haar huidig beleid heeft de IsDB een
“medium term strategy” geformuleerd met armoede-bestrijding
als belangrijk onderdeel. Daarbinnen staan o.m. microfinanciering
en financiering van SME’s[7]
centraal. Het is bekend dat deze aspecten bijdragen tot vermindering van
de armoede.
Ook
op het gebied van de technische samenwerking tussen lidlanden is de IsDB
actief. In haar regelgeving tracht de IsDB zoveel mogelijk op lijn te zijn
met de Wereld Bank en voert transparantie hoog in haar vaandel. Hoewel er
bij de bank minder stringent op bepaalde (politieke) aspecten wordt gelet
dan bijv. bij de IADB, het IMF en de EIB[8],
is zij verder erg formeel.
Het
eerste heeft vermoedelijk ook bijgedragen tot de conceptie dat de bank
gemakkelijk zou zijn. Tenslotte onderscheidt de IsDB zich van andere
gelijksoortige instellingen doordat zij ook optreedt als bemiddelaar om
bij andere financiers fondsen aan te boren ten behoeve van projecten met
grote financieringsbehoefte. Zij treedt dan op
als co-financier.
Suriname
en de IsDB
Suriname trad in 1996 toe tot de OIC en werd in 1997 lid van de IsDB. Het
lidmaatschap van beide organisaties werd pas in november 1997 door DNA
bekrachtigd, waarmee Suriname
het enige land op het Westelijk Halfrond werd dat lid werd van de OIC en
de IsDB[9].
Suriname was vermoedelijk slechts geïnteresseerd in de OIC om tot de IsDB
te kunnen toetreden. Officieel was het te doen om de buitenlandse
ontwikkelingsrelatie te diversifiëren vooral ten aanzien van de
Nederlandse ontwikkelingshulp. Bovendien werd gesuggereerd dat wij
jaarlijks voor USD 60 miljoen zouden kunnen “trekken”[10].
De CBvS is namens de Regering het coördinerend instituut het officiële
communicatiekanaal in de relatie met de IsDB en tracht erop toe te zien
dat de uitvoering plaatsvindt conform de regels van de IsDB.
Momenteel
worden twee relatief grote projecten met co-financiering van de IsDB,
uitgevoerd, waarmee een bedrag van circa USD 11 miljoen mee is gemoeid. Er
zijn nog twee relatief grote overheidsprojecten waarvan de formele
goedkeuring voor financiering onlangs heeft plaatsgehad.
Op het programma staan er momenteel geen projecten uit de private sector.
Een groot project uit de private sfeer dat was opgenomen in het
werkprogramma werd onlangs door
de
bewuste firma “geparkeerd”. Naast de bestaande projecten in het huidig
programma zijn er geen andere substantiële projecten opgebracht.
De
IsDB en onze langetermijn
ontwikkeling
Bij het aanvragen van het lidmaatschap werd gesuggereerd de relatie
te gebruiken voor de diversificatie van onze internationale
ontwikkelingsfinanciering. Er zijn echter geen
duidelijke tekenen van een gestructureerd beleid in die richting
gesignaleerd, waardoor deze doelstelling in de schaduw gebleven is.
Aangezien het proces van
iden
tificatie
en opstellen van haalbare projecten een zeer traag en moeizaam verloop
had,[11]
heeft de CBvS zich steeds ingezet het een ander op het juiste spoor te
brengen. Vele van de ingediende projecten bleken reeds bij de eerste
beoordeling niet te voldoen aan de voorwaarden om in behandeling genomen
te worden en waren vaak ook onvoldoende gedocumenteerd.
In de private sector zijn er in principe slechts enkele bedrijven
die zouden kunnen voldoen aan de eis van een garantie van een “first
class commercial bank”
of
een staatsgarantie[12].
Voor de financiering van kleine ondernemingen (SMEs) zijn er momenteel
weinig instituten, acceptabel voor de IsDB, die ervaring hebben op dit
gebied.[13]
Deze vorm van financiering zou goed kunnen bijdragen aan
armoedebestrijding en als opvang kunnen dienen bij hervorming van het
overheidsapparaat. Er dient evenwel gewerkt te worden aan een instituut
dat voor de taak toegerust zal zijn.
Hoewel de IsDB erg formeel is mag anderzijds gezegd worden dat persoonlijk
contact op prijs wordt gesteld en positief kan werken.
De ervaring heeft geleerd dat, waarschijnlijk mede vanwege dit laatste en
het feit dat de bank zich enigszins anders opstelt dan andere
multilaterale financieringsinstellingen, de neiging hier
bestaat
minder aandacht te besteden aan het formele karakter van de relatie[14].
Door de IsDB nu op te nemen in een geïntegreerd programma voor
(internationale) financiering met duidelijke project- c.q. sector- of
subsectorallocatie per financieringsbron[15],
wordt zij in het juiste perspectief geplaatst en zal substantieel kunnen
bijdragen tot structurele financiering van onze lange termijn
ontwikkeling.
Drs.
Harold Kolader
Sociaal Geograaf
Hoofd Afdeling Internationale Betrekkingen
Centrale Bank van Suriname
Voor een volledig
overzicht van de financierings-modaliteiten en structuur van de
IsDB-groep wordt verwezen naar de informatie op de afdeling
Internationale Betrekkingen van de CBvS. Idem voor wat betreft een
overzicht van projecten.
Momenteel is ook Guyana lid van de OIC en had in het recente verleden
interesse voor het lidmaatschap van de IsDB.
|