![]() |
CENTRALE BANK VAN SURINAME |
|
Publicaties |
Landen credit ratings
|
Inleiding Omschrijving Ratings classificatie Over
het algemeen ondersche
De
tabel hiernaast geeft een overzicht van de gehanteerde symbolen voor lange
termijn credit ratings van de drie grootste ratingbureaus,
gerangschikt in volgorde van hoog naar laag, waarbij de ratings
horizontaal aan elkaar gelijkwaardig zijn. De
indeling in de categorieën “Investment grade” en “Speculative grade”
geeft aan dat beleggingen in instrumenten van landen in de eerste
categorie risicovrij tot minder risicodragend zijn ten opzichte van die in
de tweede categorie. De leenkosten voor landen in de eerste categorie zijn
vanwege hun hogere kredietwaardigheid dus ook lager dan van die in de
tweede categorie. De
lange termijn credit ratings worden toegekend met een “outlook”
(vooruitzicht). Hiermee wordt aangegeven de richting die een credit rating
kan opgaan op lange termijn gegeven de veranderingen die het ratingbureau
verwacht. Een positief vooruitzicht betekent dat de credit rating verhoogd
kan worden, terwijl een negatieve een verlaging kan inhouden. Bij een
stabiel vooruitzicht verwacht het ratingbureau geen verandering van de
credit rating. Exceptionele gebeurtenissen, zoals een stopzetting van of een achterstand in schuldterugbetalingen of een kwijtschelding van schulden, kunnen aanleiding zijn voor ratingbureaus om de outlook te vervangen door een “Watchlist” (Moody’s), “CreditWatch” (S&P) of “Rating Watch” (Fitch). Deze benamingen worden gebruikt om aan te geven dat de toegekende credit ratings nader zullen worden bekeken, en dat ze kunnen worden veranderd. Zowel de outlook als de “Watch” kan een positief, negatief of ontwikkelingskarakter[2] hebben. Suriname’s credit rating Suriname
heeft op aanvraag initiële credit ratings toegekend gekregen van S&P (november
1999), Moody’s (februari 2004) en Fitch (juni 2004). De belangrijkste
reden voor de aanvraag van credit ratings heeft te maken met plannen van
de Surinaamse overheid om in de naaste toekomst te opereren op de
internationale kapitaalmarkt.
Bij
een vergelijking van de laatst toegekende credit ratings, blijkt dat die
van Moody’s twee kredietstappen hoger zijn dan die van S&P, terwijl
die van Fitch één kredietstap hoger zijn dan die van S&P. De credit
ratings van de drie ratingbureaus aan Suriname zijn gebaseerd op
ondersteunende en risicofactoren.
De ondersteunende factoren waren onder meer:
De plaatsing van Suriname op “CreditWatch” negatief door S&P in januari 2001 had voornamelijk te maken metschuldbetalingsachterstanden aan de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank en de Europese Investeringsbank. Het voldoen van de schuldbetalingsachterstanden in 2001 en ten dele ook het in maart 2001 uitgekomen rapport van de Commissie Inventarisatie Staatsschuld, waarin voornamelijk de ongedocumenteerde staatsschulden uit de periode 1997-2000 in kaart zijn gebracht, alsook de macro-economische verbetering in 2001, hebben ertoe bijgedragen dat S&P de outlook in januari 2002 terugbracht naar stabiel. De
verandering van de outlook op de vreemde-valuta credit rating van stabiel
naar positief door S&P in mei 2002 was gebaseerd op de verhoogde
vreemde-valutapositie van Suriname als gevolg van de lening van de
Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden (NIO) onder
Nederlandse staatsgarantie ter omvang van € 137,7 miljoen. S&P had de credit rating voor vreemde valuta in juli 2004 verlaagd naar SD (“Selective Default”). Deze credit rating wordt toegekend aan landen die selectief bepaalde commerciële schuldverplichtingen niet nakomen, terwijl schuldbetalingen aan overige commerciële crediteuren conform de overeenkomsten plaatsvinden. De schuldbetalingsachterstanden aan twee Spaanse banken waren de voornaamste redenen voor de betreffende verlaging. De regering had namelijk ervoor gekozen om de binnenlandse benzineprijs, die onder druk kwam te staan vanwege de gestegen internationale olieprijzen, te subsidiëren. Hiervoor werden onder meer de fondsen voor de schuldbetaling aan de betreffende banken aangewend. Additionele informatie omtrent de aard van de schuld aan de Spaanse banken leidde ertoe dat S&P na 5 dagen de verlaging terug moest draaien. Volgens de waarderingsmethodologie van S&P kan namelijk deze schuld vanwege de garantiestelling door de Spaanse kredietverzekeringsmaatschappij eerder worden aangemerkt als een bilaterale schuld aan de Spaanse overheid dan als een commerciële bankschuld. Slot
Drs.
Sanjay Gaurisankar |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Home | Over de CBvS | Persberichten | Statistieken | Publicaties | Contact Info | Externe Links | Copyright/Disclaimer | Diversen |
© 2006 Centrale Bank van Suriname