De Centrale Bank van Suriname is op een verdienstelijke vierde plaats geëindigd tijdens de Intra Regional Central Bank Games 2016, die tijdens het paasweekeind in Suriname gehouden zijn. Bij twee van de negen takken van sport werd het kampioenschap behaald, te weten Dammen en Volleybal. Kampioen van het sporttoernooi voor centrale banken uit het Caribisch gebied werd de Centrale Bank van Jamaica. De president van de Centrale Bank van Suriname, Drs. Glenn Gersie, sprak bij de afsluiting van het toernooi zijn erkentelijkheid uit over het vlot verloop van het toernooi. Hij zei ook verheugd te zijn dat er naast de interactie op sportgebied, ook ruimschoots gebruik gemaakt is van de mogelijkheid om te netwerken op professioneel gebied. 

 

CBvS president Glenn Gersie overhandigt de kampioensbeker aan de teamleider van de Centrale Bank van Jamaica.

De acht centrale banken hebben het in het paasweekeind in negen takken van sport tegen elkaar opgenomen. De Centrale Bank van Jamaica eindigde met een totaal score van 104 punten op de eerste plaats, gevolgd door die van Guyana (90 pntn) en die van Trinidad & Tobago (80 pntn). De Centrale Bnak van Suriname eindigde met 72 punten op plek nr. 4. Hoewel de spelen voor de elfde keer gehouden zijn, was het pas de tweede keer dat Centrale Bank Suriname eraan meedeed. Opvallend bij de afgelopen spelen was de aanwezigheid van een groot aantal hoge functionarissen van centrale banken, waaronder de Bankpresidenten van Aruba, mevr. Semeleer en die van Guyana, de heer Ganga. Enkelen deden ook actief mee aan de spelen. Zo deed CBvS president Gersie het niet onverdienstelijk op het onderdeel Tafeltennis. De spelen leverden naast twee kampioenschappen ook twee Most Valuable Players (MVP’s) op voor Suriname.

 

Lachend neemt William Orie de beker voor MVP bij het Dammen in ontvangst.
 
William Orie werd uitgeroepen tot de meest waardevolle speler bij het onderdeel Dammen, terwijl Furgil Ong a Fat met die eer streek op het onderdeel Volleybal. 
 

Furgil Ong a Fat neemt zijn MVP trofee in ontvangst 
 
De eerstvolgende IRG games worden in 2018 gehouden. De toewijzing waar dat zal worden georganiseerd moet echter nog plaatsvinden. Hiervoor plegen de governors van de centrale banken spoedig overleg.
  
De eindrangschikking:                
  BOJ BOG CBT&T CBvS ECCB CBBar CBB BOA Grand Total
Basketball 15 10 5 12 5 5 8 0 60
Cricket 10 15 5 0 12 8 5 0 55
Darts 12 15 8 5 5 10 5 5 65
Dominoes 15 8 10 5 12 5 5 5 65
Draught 5 10 12 15 8 5 5 5 65
Football 8 12 15 10 5 5 0 0 55
Netball 15 5 12 5 8 10 0 0 55
Table tennis 12 10 8 5 5 15 5 0 60
Volleyball 12 5 5 15 10 5 8 0 60
Grand Total 104 90 80 72 70 68 41 15 540
  1st 2nd 3th 4th 5th 6th 7th Last  

 

Klik hier voor de gedetailleerde uitslagen

 

Legenda:
BOJ         :Bank of Jamaica
BOG        : Bank of Guyana
CBT&T    : Central Bank of Trinidad&Tobago
CBvS       : Centrale Bank van Suriname
ECCB      : East Caribbean Central Bank
CBBar     : Central Bank of Barbados
CBB        : Central Bank of Bahamas
BOA        : Central Bank of Aruba
 

 

 
  
De Centrale Bank van Suriname (de Bank) is uitgekomen met haar jaarverslag over 2014, waarin de algemene financiële en economische ontwikkelingen, alsook het door de Bank gevoerde beleid in het desbetreffend jaar zijn uiteengezet. Het jaarverslag is te downloaden van de website van de Bank (https://www.cbvs.sr/nl/publicaties/cbvs-rapporten/jaarrapporten). Behalve dit jaarverslag zijn ook alle andere jaarverslagen van de Bank vanaf 1957 te vinden op haar website. Door uiteenlopende omstandigheden is het jaarverslag 2014 later gepubliceerd dan gepland. De Bank werkt er met volle kracht aan om de jaarverslagen voortaan binnen afzienbare tijd na het verstrijken van een boekjaar, te publiceren. 
 
Uit het verslag blijkt onder meer dat de wereldeconomie in 2014 door positieve en negatieve factoren werd gekenmerkt die uiteindelijk in een groei van 3,4% resulteerden. De groei bleef stationair in vergelijking met 2013 en werd toen voornamelijk door groei van de Amerikaanse economie en opkomende economieën, aangevoerd door China en India, gevoed. 
Er is voorts een afname te constateren wanneer de groei van het volume van de wereldhandel in 2014 wordt vergeleken met die van 2013. Ontwikkelingslanden en opkomende economieën, tot voor kort nog aanjagers van de groei van het wereldhandelsvolume, registreerden in 2014 lagere groeivoeten. Verder had deze groep van landen te maken met een verslechtering van hun ruilvoetverhouding. De grote prijsdaling van grondstoffen is een belangrijke verklaring hiervoor. Ontwikkelde landen daarentegen, exporteurs van voornamelijk industriële producten, vertoonden een kleine verbetering van hun ruilvoetverhouding. 
 
De mondiale inflatie, uitgaande van de prijsindex van de gezinsconsumptie, was relatief laag en bedroeg 1,4%. Op landen (c.q. geografisch gebied) niveau, was er sprake van lage inflatie (minder dan 3%) in de Verenigde Staten van Amerika (VSA), het Eurogebied en Japan. In de ontwikkelingslanden en opkomende economieën was daarentegen sprake van relatief hoge inflatie. In Brazilië, Rusland, India en Zuid – Afrika was de inflatie boven de 6%. 
 
Het verslag laat zien dat de ruilvoetverslechtering in 2014 ook van toepassing was op Suriname. De internationale prijzen van de voornaamste exportproducten van Suriname vertoonden allemaal een sterke daling. Aangezien het handelsvolume van Suriname niet is toegenomen, zorgde dit uiteindelijk voor lagere deviezeninkomsten. Deze situatie heeft zich duidelijk gemanifesteerd op de lopende rekening van de betalingsbalans die in 2014 een tekort van US$ 386,2 miljoen vertoonde. In 2013 was het tekort nog US$ 197,6 miljoen. Dit tekort is in belangrijke mate gefinancierd via interen op de internationale reserves die in 2014 met US$ 150,2 miljoen afnamen. De importdekking daalde van 3,4 maanden in 2013, naar 2,7 maanden in 2014. 
 
De verslechtering van het externe economische klimaat- die resulteerde in een sterke terugval in de Staatsinkomsten- en het in onvoldoende mate bijstellen van Staatsinkomsten en uitgaven resulteerden in een tekort bij de Staatsfinanciën van 5,6% van het BBP in 2014. Dit is weliswaar een verbetering in de positie van de Staatsfinanciën ten opzichte van 2013 toen het Overheidstekort 6,1 % van het BBP bedroeg. Echter is een Overheidstekort van 5,6% van het BBP aan de hoge kant en niet houdbaar op de middellange termijn. De schuldpositie van de overheid bleef evenwel binnen het vastgestelde schuldenplafond.
 
De verslechterde internationale omgeving had ook gevolgen voor de nationale bedrijvigheid. De Surinaamse economie groeide met 1,8%. In 2013 was er sprake van een groei van 2,8%. De inflatie bedroeg 3,9% in 2014 tegenover 0,6% in 2013. De Centrale Bank heeft in het verslagjaar 2014 met behulp van valuta-interventies getracht om de druk op de wisselkoers ongedaan te maken. 
 
In de monetaire sfeer was de kredietverlening aan de overheid de voornaamste oorzaak voor de toename van de geldhoeveelheid. Doordat de internationale reserve werd aangesproken voor compensatie van de afgenomen deviezeninkomsten, leidde dit enigszins tot geldvernietiging. Doordat de geldschepping groter was dan de geldvernietiging, leidde dit per saldo tot een toename van de maatschappelijke geldhoeveelheid. 
 
In het verslag wordt verder vermeld dat in 2014 er een Financial Sector Assessment Program (FSAP) op verzoek van de Bank door het IMF en de Wereldbank werd uitgevoerd. Een FSAP is een gebruikelijke manier om inzicht te krijgen in de mate van soliditeit van de financiële sector en de kwaliteit van het wettelijk kader van de financiële infrastructuur.
 
Voor wat betreft het toezicht kan worden aangegeven dat het institutioneel kader van de financiële sector verder versterkt is geworden. Dit geschiedde voornamelijk door de hernieuwde uitvoering van richtlijnen die betrekking hebben op onder andere de waarborging van de kwaliteit van de activa van de algemene banken. Ook heeft de Centrale Bank als toezichthouder in 2014 bij de diverse algemene banken erop aangedrongen te voldoen aan de geldende “Anti-Money Laundering/Combating the Financing of Terrorism” (AML/CFT) richtlijn. De Bank acht financiële - en monetaire stabiliteit noodzakelijke voorwaarden in het beleid om tot macro-economische stabiliteit te kunnen geraken. 
 
 
 
 
 
 
Conform de aankondigingen van de afgelopen week is de Centrale Bank van Suriname (CBvS) vandaag met de veilingen van vreemde valuta aangevangen. Aan de eerste valutaveiling, waarbij een bedrag van USD 10,0 miljoen geveild werd, hebben 8 algemene banken deelgenomen. Het veilingbedrag is daarbij volledig toegewezen en de resulterende verkoopkoers is per heden (en tot aan de eerstvolgende veiling) SRD 5,16 per US-dollar. De aankoopkoers voor de US-dollar alsook het volledige overzicht van de koersnoteringen voor alle overige valuta waarin de Bank handel drijft, is op de website van de CBvS beschikbaar. Dit zal bij alle valutaveilingen het geval zijn. De eerstvolgende valutaveiling wordt gehouden op dinsdag 29 maart a.s. 
 
De Bank is tevreden over het verloop van de valutaveiling. Het heeft na gedegen voorbereiding plaatsgevonden en de participanten, zijnde de algemene banken, hebben hun rol op correcte wijze vervuld. De focus ligt nu op het verkrijgen van stabiliteit van de wisselkoers die uit het systeem van de valutaveilingen komt rollen. Dit kan bereikt worden door middel van toepasselijk monetair beleid. Prudent fiscaal beleid is in deze zeer cruciaal. Zowel de sector Overheid als de financiële sector zal grenzen moeten stellen aan de mate waarin tot creatie van geld wordt overgegaan. Als alle neuzen dezelfde richting uitwijzen dan is succes binnen handbereik en niet te vermijden.
 
De president van de Bank heeft in een statement aangegeven dat hij van oordeel is dat de bijdrage van de gehele gemeenschap nodig is om stabiliteit in de wisselkoers en in het algemeen prijspeil te bewerkstelligen. Een wisselkoers die zich op basis van de verhoudingen in onze economie op het juiste niveau bevindt en daar stabiel gehouden kan worden, is in het belang van ons allen! 
 
 
 
De Centrale Bank van Suriname is in het paasweekeind gastheer van de “Intra Regional Central Bank Games” (IRG-games), een sporttoernooi voor personeel van Centrale Banken uit het Caribisch gebied. Tijdens deze IRG-spelen, die gehouden worden van 25 t/m 27 maart, zullen de sportploegen van acht centrale banken- met meer dan 300 deelnemers- elkaar bekampen in negen takken van sport. 
De IRG-games worden om de twee jaar gehouden in het paasweekeind. In 2014 nam ons land voor het eerst deel aan de spelen, die toen in Trinidad & Tobago gehouden werden. 
De centrale banken die aan het toernooi deelnemen zijn naast die van Suriname, die van Aruba, Guyana, Barbados, Bahamas, Jamaica, Trinidad & Tobago en de Eastern Caribbean Central Bank (ECCB). Deze laatste bank is de monetaire autoriteit van de kleinere Oost-Caribische staten, te weten Anguilla, Antigua & Barbuda, Dominica, Grenada, Montserrat, St. Kitts & Nevis, St. Lucia en St Vincent and the Grenadines. 
Deze banken bekampen elkaar op de onderdelen Basketbal, Cricket, Darts, Dominoes, Dammen, Voetbal, Netbal, Tafeltennis en Volleybal. De sportaccommodaties zijn het Anthony Nesty stadion, het Franklin Essed stadion en het Emile de La Fuente stadion. 
Het uiteindelijke doel van de IRG-games is de bevordering van de samenwerking tussen centrale banken in de regio. Behalve interactie op sportgebied is dit evenement een unieke gelegenheid voor networking op professioneel gebied op verschillende niveau’s- zoals benadrukt door Bankpresident Gersie in zijn openingsspeech. Daarom zullen volgens Bankpresident Gersie uiteindelijk geen verliezers zijn maar alleen winnaars.
De Centrale Bank van Suriname is verheugd met de aanwezigheid van een groot aantal hoge functionarissen van Centrale Banken voor de IRG-games. De Bankpresidenten van Aruba- mevr. Semeleer- en die van de centrale bank van Guyana- dhr. Ganga- zijn aanwezig. Verdere zijn 3 deputy Governors aanwezig: dhr. Codrington (Barbados), mevr. Sookram (Trinidad&Tobago) en dhr. Morrison (Jamaica), als ook director bank supervision mevr. Bayne van Barbados.
Het is de eerste keer dat Centrale Bankpresidenten actief participeren aan de verschillende takken van sport. Bankpresidenten Glenn Gersie en Semeleer zijn van de partij.
 
Opening IR-games op vrijdag 25 maart 2016, waarbij het volkslied van elk participerend
land werd gespeeld door onze millitaire kapel.
 
Ook bij het onderdeel tafeltennis waren wij goed vertegenwoordigd en wel door
niemand anders dan onze eigen president drs. Glenn Gersie.
 
Basketbal teams van Centrale Bank van Suriname en Guyana kwamen de eerste dag tegen elkaar uit

Klik hier voor de video

Exchange RatesMarch 09th and until further notice

Currency Buying Selling
USD 14,018 14,290
EUR 16,628 16,959
GBP 19,396 19,782
ANG 7,699 7,852
AWG 7,784 7,939
BRL 2,438 2,485
TTD 2,063 2,103
BBD 6,907 7,044
XCD 5,190 5,293
PER 100 GYD 6,657 6,790

Gold CertificatesMarch 09th and until further notice

Coupon SRD
5 gram 7.814,97
10 gram 15.629,94
50 gram 78.149,69
100 gram 156.299,39
500 gram 781.496,94
1000 gram 1562993,88
Gold LME: USD 1.701,00 /tr.oz.

Inflation

  Average End-of-period
2012 5.0 4.3
2013 1.9 0.6
2014 3.4 3.9
2015 6.9 25.1
2016 55.5 52.4
2017 22.0  9.2 
2018 6.8# 5.4 
2019 4.4#  4.2 
2020 34.9 60.8
     
2020 Month-to-month Year-to-year
Jan 0.7 4.2
Feb 2.5 7.0
Mar 9.9 17.6
Apr 7.8 26.0
May 4.8 31.5
Jun 3.3 35.2
Jul 2.5 38.2
Aug 1.7 40.0
Sep 4.2 45.1
Oct 7.1 54.4
Nov 1.5 56.3
Dec 3.0 60.8
     
2021 Month-to-month Year-to-year
Jan 2.6 63.8
Feb 1.3 61.9
Mar 2.1 50.4
Apr* 3.5 44.4

*) Preliminary figures

# 10-months inflation (Computations without data for May and June)

 

Gewogen Gemiddelde KoersenJune 22 (Bankpapier)

Geldsoort Aankoop Verkoop
USD 21,109 21,373
EUR 23,609 23,946
GBP 29,344 29,925
ANG 11,598 11,828
AWG 11,727 11,959
BRL 4,207 4,290
TTD 3,113 3,175
BBD 10,406 10,612
XCD 7,818 7,973
PER 100 GYD 10,030 10,229
CNY 3,260 3,325

GoudcertificatenJune 22

Coupure SRD
5 gram 12.249,50
10 gram 24.498,99
50 gram 122.494,96
100 gram 244.989,91
500 gram 1.224.949,57
1000 gram 2.449.899,13
Gold LME: USD 1.782,80 /tr.oz.

Inflatie

  Average End-of-period
2012 5.0 4.3
2013 1.9 0.6
2014 3.4 3.9
2015 6.9 25.1
2016 55.5 52.4
2017 22.0  9.2 
2018 6.8# 5.4 
2019 4.4#  4.2 
2020 34.9 60.8
     
2020 Month-to-month Year-to-year
Jan 0.7 4.2
Feb 2.5 7.0
Mar 9.9 17.6
Apr 7.8 26.0
May 4.8 31.5
Jun 3.3 35.2
Jul 2.5 38.2
Aug 1.7 40.0
Sep 4.2 45.1
Oct 7.1 54.4
Nov 1.5 56.3
Dec 3.0 60.8
     
2021 Month-to-month Year-to-year
Jan 2.6 63.8
Feb 1.3 61.9
Mar 2.1 50.4
Apr* 3.5 44.4

*) Preliminary figures

# 10-months inflation (Computations without data for May and June)

 

Weekbalans