CENTRALE BANK VAN SURINAME

Dollar

To the English version

Ons nieuwe geld

Belangrijke bekendmakingen

Vragen en antwoorden (FAQ)

Bankbiljetten

Munt(biljett)en

Wettelijk kader

Lezingen  president CBvS

Email: dollarinfo@cbvs.sr

Infolijn tel. 420295

Lezing van de president van de Centrale Bank van Suriname
De heer André E. Telting voor de
Vereniging van Economisten

Datum: maandag, 13 oktober 2003
Plaats: hotel Torarica
Onderwerp: Vervanging van de munteenheid

De Voorzitter van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES), de heer Sylvano Tjon A Hin, voerde als eerste spreker het woord.

Geachte minister van Planning en Ontwikkelingssamenwerking, president van de Centrale Bank van Suriname, vertegenwoordigers van het Corps Diplomatiek, dames en heren,

Namens de VES heet ik u allen welkom bij deze gelegenheid.

Wij zijn de president van de Centrale Bank van Suriname bijzonder erkentelijk voor het feit dat hij heeft willen ingaan op ons verzoek, om aan dit forum een volledig plaatje over de vervanging van onze munt, aan ons voor te houden.

De VES heeft gedurende de afgelopen weken van verschillende kanten veel kritiek moeten incasseren. Eerst was het dat wij niets van ons lieten horen en toen wij even iets zeiden, heette het dat wij politiek partijdig zijn. Het is goed om aan te geven dat de benadering van de VES, bij dergelijke operaties niet dezelfde is als die door de politieke partijen wordt gehanteerd. Wij zijn een wetenschappelijke organisatie en kiezen er nooit voor om impulsief te reageren op geruchten of halve feiten. Wij zijn ons volkomen bewust van onze verantwoordelijkheid en proberen onze mening naar eer en geweten te geven op feitelijkheden en niet op geruchten. Ten onrechte verwachten sommigen van ons dat wij verworden tot een gelegenheids- oppositionele organisatie die alles wat de regering doet de grond in boort. En daar staan wij niet voor, niet nu en nooit niet.

Dit brengt ons gelijk op het volgende: geen land ter wereld is vooruit gekomen door het afwenden van riskante maar noodzakelijke maatregelen. In Suriname schijnen wij te denken dat de status quo de beste garantie biedt om vooruit te komen. Wij zijn toch het 17e rijkste land ter wereld. Internationaal worden wij daarom gezien als het land waar de minste hervormingen worden doorgevoerd. In normaal Nederlands zegt men dus dat wij op het bestuurlijk vlak behoren tot de meest achterlijke landen in het westelijk halfrond. U hoeft het niet eens te zijn met de mensen die dit beweren, maar de perceptie wordt versterkt als wij merken dat privatiseringsplannen vroegtijdig en zonder fundamentele argumentatie van de tafel worden geveegd, als public sector reform al dertig jaar met de mond wordt beleden, terwijl iedereen weet hoe noodzakelijk dat is, als onze modernste investeringswet door internationale organisaties als sterk verouderd wordt afgedaan en als belangrijke figuren in onze samenleving de meest fantastische en angstaanjagende verhalen verzinnen, om te voorkomen dat onze munteenheid, die alleen in oorlogseconomieën wordt gehanteerd, eindelijk wordt vervangen. Je kan je natuurlijk afvragen, waar al deze mensen waren toen die nullen met rasse schreden bij werden geschreven en zij de enigen waren die er rijker van werden.

Dames en heren,

Het tegenhouden van vernieuwingen uit politieke overwegingen, zal ons in die achterlijke positie blijven houden.

Vanavond hebben wij president Telting op bezoek die de plannen van de muntvervanging aan ons zal voorhouden. Wij hebben vanavond de gelegenheid om op een volwassen manier vragen te stellen, of om verduidelijking te vragen. Als wij in alle eerlijkheid na vanavond tot de conclusie komen dat deze operatie slecht is voor onze samenleving, dan zullen wij niet schromen om ons te scharen achter de pessimisten en de oprechte critici. Indien wij echter tot de overtuiging komen dat deze operatie ons dichter bij de 21ste eeuw brengt dan zullen wij er ook niet voor schromen om naast president Telting te staan en hem te ondersteunen in de broodnodige voorlichtingscampagne voor deze actie.

Aan onze collega maatschappelijke groeperingen en dan noem ik vakbeweging, NGO’s, bedrijfsleven, kerken, maar ook politieke partijen, willen wij verzoeken om als dan ook naast ons te staan en ons in te zetten voor het welslagen van deze actie. Dit volk heeft geen behoefte aan politiek opportunisme en beroeps negativisten, dit volk heeft behoefte aan daadkrachtige beleidsmakers die risico’s durven nemen om ons land vooruit te brengen.

Ik dank u hartelijk.


Inleider: De heer André Telting

Goedenavond,

Geachte mijnheer de Minister van Planning en Ontwikkelingssamenwerking, mijnheer de Minister van Financien, geachte leden van De Nationale Assemblée, vertegenwoordigers van de Diplomatieke Dienst en zeer geachte leden van de VES, overige aanwezigen,

Het is voor mij een bijzonder genoegen, om vanavond hier een inleidende voordracht voor u te houden over het onderwerp van de vervanging van onze geldeenheid. Dit onderwerp leeft heel erg in onze samenleving en er is grote belangstelling voor. Maar meer nog dan om die reden, doe ik dit vanavond vanwege ons aller lotsverbondenheid aan deze operatie. Wij praten over onze geldeenheid, en de voorzitter van de VES heeft net in goede, volle bewoordingen aangegeven dat het niet een onderwerp is dat zich leent voor partij politieke escapades. Dit onderwerp gaat ons allen aan of wij het ermee eens zijn of niet.

Wanneer wij kijken naar het onderwerp “onze geldeenheid” dan zou ik eigenlijk mijn betoog kunnen opdelen in twee onderdelen : ik kan eerst tot u spreken over de afgang van onze munteenheid, onze geldeenheid, en daarna wil ik met u praten over de manier waarop wij denken dat de vervanging kan plaatsvinden en de waarborgen waarmee wij denken onze nieuwe geldeenheid te moeten omringen.

De afgang

Ons land heeft lange tijd een keiharde geldeenheid gekend, de Surinaamse gulden en wij herinneren ons, wij kunnen het ook terugvinden in de statistieken, dat tot en met het jaar 1982 onze geldeenheid heel hard was, hard en goed gedekt. Ik herinner mij dat wij in maart 1982 de hoogste stand van onze dekking hebben bereikt. Onze deviezenreserve was toen om en nabij de 200 miljoen dollar, geheel vrij, ongebonden en onze geldhoeveelheid was volledig gedekt, meer dan 100%. De val van onze munt kwam direct daarna in het jaar 1983. Dat is duidelijk te zien in de statistieken, althans een grafiek, die ik u zo meteen zal laten zien. Dan ziet u, het jaar 1983, en u ziet dat wij vanaf dat jaar steeds meer en meer guldens moesten betalen om één dollar, één Amerikaanse dollar te verwerven. Deze val van onze geldeenheid gaat gestadig door en deze grafiek loopt tot en met het jaar 1992.

Reden van de val was heel duidelijk, de gebeurtenissen die wij gehad hebben in het jaar 1982.  Aanvankelijk was beloofd dat in dat jaar een her-democratisering zou plaatsvinden, een terugkeer naar burgerlijk bestuur. Beloofd was: verkiezingen in oktober 1982. Er was gewerkt aan een nieuwe grondwet en het ontwerp daarvan was verspreid door de toenmalige president, Henk Chin A Sen.

Het liep allemaal anders af, heel verkeerd. In plaats van verkiezingen in oktober kwamen de moordpartijen van december 1982. Gevolg: de deuren vielen dicht. Er zijn ook bankiers van toen in de zaal, die weten dat direct alle faciliteiten van Surinaamse banken werden stopgezet, de ontwikkelingshulp werd stopgezet en Suriname werd in feite volkomen geïsoleerd. Er was toen, in die dagen maar één belangrijke factor en die was de comfortabele deviezenreserve waarover het land beschikte. In de Bankiersvereniging hebben wij in die dagen felle discussies gehad met de toenmalige minister van Financiën, over hoe het verder moest. Wij vonden dat onmiddellijk de voet op de rem moest en dat er krachtig bezuinigd zou moeten worden. Wij moesten de consequenties trekken van het dichtvallen van alle deuren. Maar integendeel waren de bewindvoerders van toen de mening toegedaan dat je juist normaal alles door moet laten gaan alsof er niets aan de hand was en het gevolg was dat binnen een jaar of twee onze deviezenvoorraad totaal was verdwenen, totaal was uitgeput en dat verklaart de dramatische val van onze geldeenheid. Die begon duidelijk zichtbaar in het jaar 1983, 20 jaar geleden. In de beginjaren '90 hadden wij een gekozen bewind, wij hadden weer democratie in het land. Die regering heeft toen geworsteld met het vraagstuk van die geldeenheid die alsmaar verzwakte. Er is toen een begin gemaakt met liberalisatie van het deviezenbezit want tot dan toe was het allemaal eigenlijk verboden. De liberalisatie kwam, maar hij kwam heel langzaam, mondjesmaat, omdat de regering heel prudent te werk wilde gaan. Maar soms als je te prudent bent heeft dat ook wel weer zijn nadelen. Wij kregen te maken met een systeem van meervoudige wisselkoersen, multipele koersen. In totaal hebben wij acht verschillende koersen gehad in de beginjaren '90 en het beeld was werkelijk verschrikkelijk, als u ernaar kijkt. Ik zal ze voor het gemak aan u voorlezen, dan kunt u ze kennen. Daar is in de eerste plaats de officiële koers, dan is er de parallelkoers en daartussen hadden wij een rijstkoers, een bananenkoers, een bauxietkoers, een brandstofkoers, en nog meer koersen; acht koersen. Wij hebben toen het vraagstuk gehad van hoe gaan wij met deze koersen om. Ondertussen takelde natuurlijk onze geldeenheid verder af.

Pas in 1994 waren wij zover dat wij deze veelvoud aan koersen konden samenvoegen en wij kregen toen de unificatie van 1994. Na 1994 is er een periode gekomen van betrekkelijke rust aan het koersfront en onze geldeenheid heeft zich kunnen handhaven, ongeveer een jaar of vier op een bepaald niveau. Wij kennen allemaal nog de tijd van 406, u kent hem wel, op om en nabij 400 gulden was toen de koers gestabiliseerd, vrij stabiel en onder gezonde verhoudingen. Weer vaste munt, goed gedekt door de monetaire reserve waarover de Centrale Bank beschikte, weer echt een hoog percentage, in de buurt van 100 en de inflatie was weer beteugeld.

Wij zien dat ook in de ontwikkeling van de reële lonen. In de grafiek ziet u ziet hoe de reële lonen zich hebben ontwikkeld in tijd wanneer de munt stabiel was en wanneer de munt niet stabiel was.  In 1995 ziet  u de opgaande lijn van de reële lonen. Dat betekent dat de koopkracht toenam terwijl de stabiliteit er was.

De koopkracht is toegenomen gedurende 1996 en in 1997 bereikte deze een piek. Daarna zakt hij weer de diepte in. Tegen het jaar 2000/2001 wanneer de koers weer enigszins gestabiliseerd is, ziet u de reële lonen weer de hoogte in gaan.

Wij hebben er allen belang bij om onze munteenheid gestabiliseerd te houden. Wij hebben er allen belang bij om ervoor te zorgen dat onze economie in evenwicht is. Gedurende de perioden dat u de opgaande lijn ziet, heeft er een goede samenwerking bestaan tussen met name de minister van Financiën en de Centrale Bank. Want zonder de steun en zonder de volledige inzet van de minister van Financiën en de hele regering, is het niet mogelijk om in Suriname de koers echt te stabiliseren. Alle waarnemers zijn het erover eens dat de type val die wij hebben meegemaakt, voornamelijk veroorzaakt is door de staatsfinanciën, door niet zozeer de staatsfinanciën op zich, maar door wanbeheer, door onverantwoordelijk beheer van de staatsfinanciën. Grote tekorten werden jarenlang op een inflatoire manier gefinancierd. Hebben wij dat zien gebeuren. Elf jaren continu in de periode 1983 tot en met 1994. Er kwam toen een eind aan die monetaire financiering; toen is besloten om elf jaren lang opgebouwde binnenlandse schuld uit die monetaire financiering te consolideren bij de Centrale Bank. De hele schuld toen was 5,2 miljard, een immens bedrag in onze ogen toen. Wij wisten niet wat ons toen nog te wachten stond. Wat wij toen gezien hebben, was dat wij de schuld hebben geconsolideerd. In het parlement zijn vrome woorden gesproken: dat geen enkele regering zich ooit nog hieraan schuldig zal maken, vanwege de ervaringen die wij gezien hebben met onze munt. Wij gingen er van uit en de wetgever ging er van uit, dat een verantwoordelijk bestuurder na zoiets, zo’n ervaring, niet meer voor een tweede keer zich aan dezelfde steen zou stoten. Maar nauwelijks hadden wij “regime change” gehad in 1996 of daar begon het opnieuw. En toen in het jaar 2000 weer een verandering van bewind kwam was de ravage onbeschrijfelijk, geen 5,2 miljard, maar meer dan 300 miljard. Het bedrag is exact te vinden in het rapport dat door de Commissie voor de inventarisatie van de staatsschulden is opgesteld. Meer dan 300 miljard aan opgenomen, ongedekte en ongedocumenteerde voorschotten bij banken, voornamelijk bij de Centrale Bank. De koers van onze gulden tegen de dollar was in september 2000, bij de valutamarkt - niet de zwarte markt -, aankoopkoers 2550 en verkoopkoers 2565. Vandaag zijn wij iets verder gezakt, wij zitten nu op 2825. Wij trachten het voorlopig daar vast te houden.

Helaas is door de brand die gewoed heeft bij het Statistiekbureau, de publikatie van de inflatiecijfers ietwat achter geraakt. Wij hebben geen inflatiecijfers om aan u voor te houden, maar nochtans kunnen wij een indruk hebben over de ontwikkeling van de prijzen als wij  kijken naar de ontwikkeling van onze monetaire aggregaten. U bent het er allemaal mee eens. U kent de kwantiteitsvergelijking van Fisher, dus gaan wij even kijken naar onze monetaire aggregaten (hier klikken).
U ziet M1, M2 en M3. U kunt zien dat er vanaf een bepaalde periode een redelijk duidelijke en stabiele situatie zich ontwikkeld heeft. De President had in zijn jaarrede aangekondigd te verwachten dat de groei in de monetaire aggregaten dit jaar heel laag zal uitvallen, misschien in de buurt van 5%. Dit is daar het bewijs van.

Nochtans zijn er heden ten dage allerlei vooroordelen over de handel die, in verband met de verwisseling van de munt, misbruik van de situatie zal maken en  apriori gaat men er vanuit dat de handel malafide is en daarom prijzen gaat verhogen. Er wordt geroepen dat koersen omhoog gaan zonder daar enige grond voor de presenteren, zonder daar enig argument voor op tafel te leggen. Wij zijn het daar totaal oneens mee. Wij gaan er van uit dat de handel redelijk is. Toen wij al het vermoeden kregen dat de samenleving op die manier overgoten zou worden met praktijken die nog nergens zijn bewezen, hebben wij het contact gezocht met de handel, omdat  wij er alle belang aan hechten om ervoor te zorgen dat de overgang op onze nieuwe geldeenheid zonder stoornissen verloopt. Wij hebben de medewerking gevraagd en gekregen van de handel. U ziet dat wij begonnen zijn in de maand augustus met de publikatie in de kranten van een huishoudpakket (hier klikken). Een huishoudpakket bestaande uit ongeveer 30 items aan supermarkt artikelen. Wij publiceren deze lijst een keer per maand, een paar dagen voor de salaris uitbetalingen. Hoe komt de lijst tot stand? De lijst komt tot stand doordat wij de medewerking hebben van deze supermarkten. Wij gaan niet stiekem prijzen noteren, wij gaan ook niet openlijk prijzen noteren of controleren. Wij sturen een blanco lijst naar de supermarkt en die vult zelf de prijzen in, in het voorbesef dat de lijst gepubliceerd wordt naast die van de concurrenten. Zij vullen in en ondertekenen en sturen de lijst naar ons toe. Op deze manier hebben wij de volle medewerking van deze supermarkten. Na de publikatie van de eerste lijst in de maand augustus kwamen er in de maand september allerlei telefoontjes binnen van anderen die vroegen waarom zij niet op de lijst zijn. Wij hebben in september de lijst uitgebreid met een supermarkt van Nickerie en een lijst van de Vereniging van kleine winkeliers. En dat is natuurlijk een lijst waarbij wij werken met variatie wijdtes. Op deze manier komen de lijsten tot stand. Dit is een bewijs dat wij aan de gemeenschap presenteren van medewerking van de handel, een bewijs van bonafiditeit van de handel. Natuurlijk zijn er ook malafide elementen.
Wij publiceren deze lijst om de samenleving, en vooral de consument, de controleur te maken van zijn eigen prijzen. We beginnen op het prijsniveau van augustus. U ziet een vrij stabiele situatie en wij gaan deze lijsten iedere maand publiceren zodat u ook in december 2003 en januari  2004 zult kunnen vergelijken wat de prijs in augustus 2003 geweest is. En dan kunt u voor u zelf uw conclusie trekken en als u dan vindt dat prijzen zijn gestegen, dan moet er een verklaring voor zijn. Als die verklaring niet gegeven kan worden, dan zou u misschien kunnen gaan vermoeden, de vermoedens van de vooroordelen. Maar vooralsnog willen wij ons daaraan niet bezondigen. Wij hebben voor uw gemak de twee publikaties die er nu al geweest zijn met elkaar vergeleken, omdat in die publikaties natuurlijk een heleboel informatie zit. Want informatie is zo iets van, men vraagt er om, je krijgt het, maar als men niet mee weet om te gaan, als je er niet mee weet te werken, dan spreekt het ook niet vanzelf tot je. We hebben de prijzen van de lijsten van augustus met die van de maand september vergeleken en de uitkomst is dat er prijzen zijn gestegen, prijzen zijn gedaald en prijzen zijn gelijk gebleven. In totaal zijn er bij 8 zaken de prijzen genoteerd van 29 items, dat brengt het totaal op tweehonderd zoveel items en daarvan zijn er in prijs gelijk gebleven 76 items, in prijs zijn gedaald 80, (bij 80 bedoel ik prijs X aantal winkels)  en duurder zijn geworden slechts 28. We kunnen zien dat eigenlijk het prijsniveau de neiging vertoont zich te stabiliseren op het niveau waar het nu is. Ik kan u voorhouden dat de eerste winkel maar op drie artikelen een prijsstijging heeft uit een lijst van 29 en op tien artikelen een prijsverlaging. Bij de tweede zie je drie stijgingen en meer dan tien verlagingen en zo gaat het door. Er is één bij, die heeft twee stijgingen en meer dan tien prijsverlagingen, dus de prijsverlagingen zijn te halen als je een correcte vergelijking maakt tussen de lijst van september en de lijst van augustus. Straks komt de lijst van oktober uit, dan heeft u weer de gelegenheid om te vergelijken, mits u de juiste, correcte, vergelijkingen toepast moet u ook tot zulke resultaten komen. We zien dus dat een reëel loon, de koopkracht dus van de lonen zich zal kunnen handhaven, als wij met z’n allen die lotsverbondenheid begrijpen, waar ik het eerst over had en inzien dat het ons eigen belang is om de koopkracht van die geldeenheid te handhaven. We hebben geen keus, we moeten het doen. En op die manier kunnen wij dus de reële lonen handhaven. Er hoeft geen vrees te zijn. Als er natuurlijk werkelijk kostenstijgingen zijn, dan moeten wij er ook  begrip voor hebben dat dan prijsstijging wel degelijk moet  worden geaccepteerd. Als blijk dat kostenstijgingen uit het buitenland op ons overkomen, we kunnen de dingen noemen maar ik noem ze liever niet, of dat er vanuit het binnenland situaties zijn die wel degelijk een kostenstijging noodzakelijk maken, dan dienen wij die ook te accepteren. Maar simpel de overstap van de oude munt op de nieuwe munt mag geen reden zijn voor een prijsverhoging. Absoluut niet. We hebben nu een situatie bereikt waarbij, zoals u kunt zien, er langzaam maar zeker een stabiliteit zich inzet. Het IMF heeft dit ook geconstateerd en heeft dit ook in een rapport als zodanig vastgelegd. Over dat rapport wordt de volgende week nog een vergadering gehouden in de Executive Board of Directors  om daar een beslissing over te nemen. Maar in ieder geval kunt u van ons aannemen dat over het algemeen de bevinding is dat wij tot nu toe de schok van de correcties in het salarisstelsel van de overheid reeds zo goed mogelijk hebben verwerkt en wij terug zijn op een pad naar stabiliteit. Het is nu onze taak en onze plicht om deze stabiliteit te handhaven en om haar te verdedigen. Dus ook vanuit deze optiek geen ruimte voor prijsstijgingen.

Vervanging van de munt

Ik ga nu een kleine overstap maken naar de vervanging van de munt zelf. Om tot de vervanging te komen is er niet overnight een beslissing genomen. In feite is alles wat er tot nu toe op financieel monetair vlak gebeurd is. Sedert onze tweede termijn, zowel van Minister Hildenberg als van mij, werken wij naar dit doel toe, natuurlijk. Er is systematisch naar dit moment toe gewerkt. September 2000: de overheid was met haar financieel beleid totaal buiten de normen van wet en recht getreden, absoluut, en waren alle plafonds die bestonden overschreden; niet een klein beetje overschreden, heel ver overschreden. Als je achterom zou kijken zou je geen spoor meer van zo een plafond zien. Het was totaal onder de horizon verzonken. Dus we waren ver, maar dan ook heel ver in de verboden zones doorgedrongen. We hebben toen als eerste de Staat en de staatsfinanciën terug moeten geleiden naar normale ordelijke verhoudingen binnen het gareel van de wet. En dat is toen gedaan door noodwetten aan te nemen in het parlement. De Minister van Financiën kreeg toen een mandaat om tot een bepaald bedrag gelden te mogen aantrekken op schatkistpapier, op een monetair neutrale wijze, om de staatsfinanciën, de staatsuitgaven, te gaan onderhouden. Dat is gedaan als eerste zet, wij noemen dat “er was noodwetgeving nodig”. Maar het besef was ook daar dat we omringd waren door schulden en schuldeisers, binnenlandse en buitenlandse. Toen was het moment daar om een indruk te hebben van waar zitten die schulden nou allemaal en waaruit bestaan ze. De reden voor het benoemen van een Commissie voor de inventarisatie van de staatsschulden. Deze Commissie heeft een lijvig rapport uitgebracht en heeft overigens uitstekend werk gedaan. Het zal nog heel lang blijven resoneren, het werk dat door deze commissie is verricht. Aan het licht kwam toen hoeveel schulden er eigenlijk waren. Het was zo immens veel dat wij ons afvroegen waar moet je nou eigenlijk beginnen? Je staat voor een berg. Eigenlijk was de chaos zo groot dat ik het altijd vergeleek met wat ik vaak op de televisie zie, een huis wordt bewust tot ontploffing gebracht, weggeblazen met dynamiet. Dan ligt alle puin daar.  Dat is wat wij aantroffen en wij moeten het terrein opruimen en schonen maar ter beschikking hebben we alleen een handschopje en een emmertje. Ga je gang, doe dat maar. Hoe lang ben je bezig, hoe moeizaam is dat niet? Wij hebben het gepresteerd, samen met de Minister van Financiën, om toch enige orde te scheppen in deze chaos. Zo kwam tot stand de wet op de NIO-lening. Met die lening hebben wij een deel van die grote binnenlandse schuld, van meer dan Sf 300 miljard, met name bij de Centrale Bank, kunnen afwikkelen. Tweederde deel daarvan konden wij slechts afwikkelen. Zo groot was die schuld wel. Maar wij hebben tweederde deel afgewikkeld en daarmee hebben wij tegelijkertijd een nieuwe monetaire reserve voor onze geldcirculatie weten op te bouwen. We beschikten weer over een monetaire reserve en we konden dus vanaf toen weer garanderen dat de minimale dekking van de wet werd gehaald voor ons geld vanaf toen. Vanaf 2001 is het er weer. We hebben toen gewerkt aan waarborgen, dat wat er nu  gebeurd was, dat het niet opnieuw zou gebeuren. Onze munt is teloor gegaan voornamelijk, vonden wij en bijna alle waarnemers ik heb nog geen één ontmoet die wat anders zegt, door het overheidsfinanciering gedrag. De Minister van Financiën heeft dus een wet ingediend bij de regering en de President heeft het overgenomen en ingediend bij het parlement. De wet op de staatsschuld kwam zo tot stand. Deze wet is aan veler oog eigenlijk onttrokken gebleven tot nu toe, maar ik moet u ernstig aanraden om serieus naar die wet te gaan kijken. Bestudeer haar, ze is echt de moeite waard. Want deze wet bevat waarborgen, dat wat er gebeurd is met onze gulden, dat het niet meer gaat gebeuren, althans niet door onze eigen overheid. De wet bevat strenge, rigide schuldplafonds. Een schuldplafond op 15% van het BBP voor binnenlandse schulden, een schuldplafond van 45% van het BBP voor buitenlandse schulden en een schuldplafond van 60%, dus voor totaal van alle schulden, 60% van het BBP. Overschrijding van deze schuldplafonds wordt onder geen enkele voorwaarde geduld en daartoe wordt de Minister van Financiën straf opgesteld. De enige manier die de minister ter beschikking heeft om wel boven de plafonds te komen is dat het bij wet gebeurt. Het kan dus niet meer stilletjes aan gebeuren, dat terwijl u slaapt er dingen gebeuren, ongerechtigheden gebeuren met uw geldeenheid, dat kan niet meer. De minister zal in alle openheid de zaak aan het parlement moeten voorleggen en het parlement zal in openbare vergaderingen de materie besturen, zodat er transparantie is, zodat iedereen kan weten wat er gebeurt met zijn geldeenheid. Maar stilletjes aan een hele nieuwe berg aan voorschotten aan te kweken zal niet meer kunnen onder deze wet, of de Minister van Financiën die dat toestaat wordt gestraft. Gevangenisstraf hangt hem boven het hoofd, volgens de wet, van ten hoogste tien jaar en geldboete - het is én. niet of - en een geldboete tot ten hoogste twee miljard. Bovendien verliest hij het actief en passief kiesrecht. Hij kan niet eens meer een politicus zijn. Dus dat is wat in die wet is opgenomen om onze geldeenheid te gaan beschermen. Het is een waarborg waarmee wij de nieuwe geldeenheid omkleden. Dan ligt er ook nog een wetsontwerp nog bij de Staatsraad, maar de verwachting is dat dit ook vóór 1 januari haar beslag krijgt, een wetsontwerp tot wijziging van de bankwet. In de bankwet staat er ook  een plafond voor het trekken van voorschotten en dat plafond is 10% van de geraamde middelen op een goedgekeurde begroting van de Staat. Nu, volgens de wet kon in september 2002 niet meer dan 22, 3 miljard aan voorschotten getrokken worden. In werkelijkheid was het boven de 300 miljard. Het betekent dus dat én de Minister van Financiën én de President van de Centrale Bank allebei diep, diep in de verboden zone waren gegaan en geld hadden gecreëerd op een manier waarop niemand zich een goede voorstelling van kon maken. Nu, de wijziging van de bankwet, de belangrijkste wijziging van de bankwet - er zijn meerdere in dit ontwerp - is dat ook de President van de Centrale Bank hetzelfde lot ondergaat als de Minister van Financiën als hij overschrijding van die 10% norm toestaat. Tien jaar gevangenisstraf, plus maximaal twee miljard boete. Straks is het twee miljoen Surinaamse dollars maar nog steeds heel erg fors. Weer een waarborg, weer een bescherming is dit voor de waarde van de nieuwe geldeenheid die wij hopen per 1 januari in te voeren. Een andere bescherming bij de wijziging van de bankwet is deze. Het drukken van bankbiljetten is een monopolie, door de wetgever aan de Centrale Bank gegeven. De wetgever is daarbij ook van uitgegaan dat de Centrale Bank hiermee met zorg weet om te gaan. Maar als je geen dekking meer hebt, jouw monetaire reserve is uitgeput, terwijl de wet je voorschrijft minmaal 50% van jouw monetaire opeisbare verplichtingen moet gedekt zijn door goud en deviezen, en je beschikt niet over die deviezen en dat goud, dat ben je eigenlijk uitgezongen. Wij brengen nu met deze wijziging duidelijk onder woorden dat de Centrale Bank die monopolie wel bezit, maar slechts mag gebruiken wanneer ze de beschikking heeft over de dekking voor die bankbiljetten. Wat we gezien hebben is dat er geen dekking was en toch werden er bankbiljetten in steeds grotere aantallen gedrukt en in de samenleving gespuid. Niet alleen namen de aantallen toe, maar geleidelijk aan kwamen de nulletjes erbij en niemand heeft toen daar een wet voor gemaakt of toestemming voor gevraagd. De nulletjes kwamen en ze zijn gaan groeien. We zijn uiteindelijk nu op een biljet van 25.000 beland en totaal is de circulatie aan bankpapier, bankbiljetten dus, wat wij tot nu toe hebben gezien op dit moment in de orde van 92 miljoen exemplaren die rondom ons heen dwarrelen en mogelijk tegen eind van het jaar ietsje zullen stijgen vanwege de eindejaarsdrukte. Deze 92 miljoen exemplaren hebben ons wel valuta gekost om ze te laten drukken. Een enorm aantal is dat.  De circulatie van ons op dit moment is zwaar aan slijtage onderhevig en is vervuild en moet noodzakelijkerwijs vervangen worden. Wij hebben toen de keus gemaakt. Want als wij met ons macro-economisch beleid een moment hebben bereikt waarvan duidelijk is dat de stabiliteit zich aandient, heel nadrukkelijk, u heeft het gezien; wanneer we ook nog constateren dat de economische ontwikkeling zich aandient, er zijn grote projecten op stapel, zeker in de mijnbouw sector maar ook de landbouw sector is bezig zich te rehabiliteren, ik denk met name aan Surland, wanneer wij kijken naar deze ontwikkelingen dan vinden wij dat nu de tijd is aangebroken om ons zelf een nieuwe kans te geven. Wij zijn de generatie die een harde munt gekend heeft en haar heeft vernietigd. Wij moeten ook de generatie zijn die een nieuwe gezonde munt instelt, opbouwt, handhaaft en verdedigt. Het is onze taak en het is onze plicht. In plaats van een heel hoog bedrag aan buitenlandse drukkers te betalen om meer dan 90 miljoen exemplaren nieuwe bankbiljetten te drukken, zullen wij het doen met misschien 20%  van dat aantal en wij brengen u een nieuwe munt met een nieuwe waarde. Een nieuwe munt die een nieuw élan inluidt in een nieuwe tijd. Van u wordt verwacht dat u zich daarachter stelt. Ik appelleer aan uw ondersteuning daarvoor. De wet die is voorbereid om deze overgang mogelijk te maken, voorziet er in dat de overgang van rechtswege geschiedt. Dat betekent dat op het ene en hetzelfde moment alle bedragen die in de Surinaamse geldeenheid zijn uitgedrukt een verandering ondergaan. In de eerste plaats wordt de naam van de munt “gulden” van rechtswege veranderd in de naam “dollar”, dat doet de wet. In de tweede plaats wordt het guldens bedrag, van rechtswege, veranderd in de equivalente dollarwaarde, Surinaamse dollarwaarde. Dus de pariteit van deze overschakeling is 1:1000. Duizend Surinaamse guldens voor één nieuwe munteenheid, één Surinaamse dollar. De komma verschuift dus drie plaatsen naar links. Niet alleen op de biljetten, ook op alle bedragen waar ze ook staan. Op uw salarisslip, op uw leningsovereenkomst, op uw bankrekening, op uw spaarrekening, overal gaat de komma drie plaatsen naar links op het moment van inwerkingtreding van de wet. Gelijk voor iedereen, dus het gelijkheidsbeginsel is hier volkomen op z’n plaats en een uniforme toepassing ervan vindt ook plaats. Deze regel van 1:1000 kent slechts één enkele uitzondering en die uitzondering betreft de muntstukken en de muntbiljetten die door de Minister van Financiën zijn uitgegeven. Hier raken wij een ander punt. Daarnet zei ik dat de Centrale Bank monopolie heeft voor de uitgifte van bankbiljetten, nu zeg ik u dat naast die monopolie van de Centrale Bank de Minister van Financiën het recht heeft, de bevoegdheid heeft, om voor beperkte bedragen muntbiljetten en muntstukken uit te geven. Een muntstuk is van metaal en gaat veel langer mee dan een biljet dat van papier is. Dus munten hebben het voordeel dat ze in feite goedkoper zijn en dus langere tijd mee gaan in het geldverkeer, minder aan slijtage onderhevig dan bankpapier. Het slaan van die munten kost geld. In deze wet is er voor gekozen om die munten die eerder waren uitgegeven en waarvan er nog voorraden bij de bank liggen, om die munten niet weg te doen,  om die zelfde munten weer te gaan bestellen bij een buitenlands muntbedrijf. Dus hebben wij gekozen voor de aanmoediging om die munten weer in omloop te brengen. Daarnaast worden voor alle veiligheid en zekerheid extra voorraden aan munten besteld zodat ze er zullen zijn. De munten behouden dus hun nominale waarde, 1 : 1. Als u ze heeft, bewaart u ze goed tot 1 januari, want dan kunt u er weer mee kopen. De wet voorziet er verder in dat er voor de gewenning, gedurende de periode dat er oude bankbiljetten en nieuwe bankbiljetten door elkaar zullen circuleren, de prijzen van goederen in twee munten worden aangegeven, zowel in de nieuwe Surinaamse dollarwaarde als in de oude Surinaamse guldenwaarde, beide naast elkaar. Maar de vaststelling van prijzen, van lonen, van tarieven, van elk bedrag hoe ook genaamd, gebeurt vanaf 1 januari in termen van de Surinaamse dollar, ook al is een prijs nog vermeld in de oude geldeenheid, die oude biljetten die er nog zijn, zijn niets anders dan een uitdrukkingsvorm geworden van die dollareenheid en niet meer een uitdrukkingseenheid van de gulden. Dat moeten we wel even goed begrijpen. Op die biljetten zullen dus de nullen nog wel staan maar de door de wet is de waarde van zo een biljet gedeeld door 1000. Als u dus een biljet van Sf 10.000,- zou hebben, na 1 januari is dat biljet nog steeds, tijdelijk, wettig betaalmiddel, maar de waarde is dan SRD 10,-. Een biljet van Sf 1.000, -, waarde SRD 1,- en gaat u zo maar door. Die wet voorziet er verder in dat de wetgeving op het gebied van geldwas-praktijken, dat die van toepassing wordt verklaard op deze verwisselingsoperatie. Dus, ongebruikelijke transacties, bij het verwisselingsproces dienen volgens deze wetgeving aangemeld te worden bij het meldpunt voor ongebruikelijke transacties. De wet voorziet er verder in dat de keus die gemaakt is voor het hebben van een eigen geldstelsel met zich meebrengt dat we onze eigen munt dan ook die plaats geven die het toekomt. Met andere woorden, die munt gebruiken als hèt betaalmiddel op dit territoir, binnen deze Surinaamse jurisdictie. Dus ook al is een vergoeding, een prijs of wat dan ook in een vreemde munt uitgedrukt, u mag altijd betalen in de Surinaamse geldeenheid. Dat is een hoofdregel, in de wet voorzien. Het is eigenlijk de status-quo waarbij de vrijheid om een prijs, een tarief of zo, vast te stellen in een vreemde munt wordt erkend, dat mag u rustig doen, maar u mag geen betaling weigeren als die gedaan wordt in de Surinaamse geldeenheid tegen de vastgestelde koers. Zo luidt het in de wet. Dus dat is een recht dat deze wet toekent aan elke houder van de Surinaamse geldeenheid, ook weer om de koopkracht van onze nieuwe geldeenheid zo goed mogelijk veilig te stellen. Alleen wanneer er tussen de degene die ontvangen moet en degene die betalen moet een overeenkomst bestaat dat in een bepaalde vreemde munt zal worden gehandeld, alleen dan heb je een claim om betaling te eisen in die vreemde munt. In alle andere gevallen heeft u die claim niet. De wet voorziet er tenslotte in dat er delegatie is van bevoegdheid op de regering en eventueel de minister om aanvullende regels te maken zodat de overgang soepel kan gebeuren. Die aanvullende regels, dat zijn regels die echt flexibel moeten zijn en zich niet lenen om in een wet in formele zin te worden opgenomen omdat de zaken daar vastliggen en je kunt ze niet zo gemakkelijk veranderen. Dus een delegatie van wetgevende bevoegdheid is een vereiste om de overgang vlot en soepel te laten verlopen. Tot zover de inhoud van de wet.

Wij zijn allemaal burgers van dit land en wij hebben allemaal de verplichting om mee te werken aan de vooruitgang van dit land. Het kan niet zo zijn dat er eisen gesteld worden aan onze geldeenheid, terwijl degene die de eis stelt zelf er niet aan wil meewerken om die geldeenheid gezond te maken. Laten wij ons waarachtige burgers tonen, volwassen burgers en laten we inzien dat dit een zaak is van ons allen. Onze lotsverbondenheid is hierin meer dan evident.

Ik dank u.

Home Over de CBvS Persberichten Statistieken Publicaties Contact Info Externe Links Copyright/Disclaimer Diversen

© 2008 Centrale Bank van Suriname