Centrale Bank van Suriname

Richtlijn nr. 5 – Immobilia

De President, in het kader van de uitoefening van de hem toegekende bevoegdheden op grond van artikel 7 van de Decreet Toezicht op het Bank- en Kredietwezen, stelt hierbij de volgende Richtlijn vast. Verkorte naam:
1. Naar deze Richtlijn kan kortheidshalve worden verwezen als de Immobiliarichtlijn.
Definities:
2. In deze Richtlijn hebben de hieronder genoemde begrippen de daarachter vermelde betekenis:
“vermogen” of “weerstandsvermogen” betekent Tier 1 vermogen (kernvermogen) en Tier 2 vermogen (aanvullend vermogen) zoals gedefinieerd in de Solvabiliteitsrichtlijn;
“garantievermogen” betekent in het kader van deze Richtlijn het kapitaal van de bank zoal gedefinieerd in de Solvabiliteitsrichtlijn plus dat deel van de herwaarderingsreserve dat nog niet meegeteld is in Tier 2 vermogen;“vaste activa” betekent alle bedrijfsmiddelen van de bank voor eigen gebruik en omvat alle percelen grond, gebouwen, meubilair en aard- en nagelvaste zaken, apparatuur, voertuigen en andere af te schrijven roerende en onroerende zaken, alsmede gekapitaliseerde leases en aandelen, obligaties of andere soortgelijke schuldbewijzen van een vennootschap die panden of apparatuur van de bank bezit.

Richtlijn nr. 4 – Insider Lending

De President, in het kader van de uitoefening van de hem toegekende bevoegdheden op grond van artikel 7 van het Decreet Toezicht op het Bank- en Kredietwezen, stelt hierbij de volgende Richtlijn vast.
Verkorte naam : 1. Naar deze Richtlijn kan kortheidshalve worden verwezen als de Richtlijn Kredietverlening aan Insiders 2002.
Definities
2. In deze Richtlijn hebben de hieronder genoemde begrippen de daarachter vermelde betekenis:
“vermogen” betekent de som van Tier 1 vermogen (kernvermogen) en Tier 2 vermogen (aanvullend vermogen) zoals gedefinieerd in de Solvabiliteitsrichtlijn.
“directeur” betekent:
(a) een persoon die overeenkomstig de Vennootschapsrecht de positie van directeur bekleedt;
(b) een directeur van een bank, ongeacht of deze al dan niet een vergoeding ontvangt;
(c) een directeur van een holdingmaatschappij waarvan de bank een dochterbedrijf is;
(d) een directeur van een ander dochterbedrijf van een holdingmaatschappij van een bank;
(e) een persoon die in een andere hoedanigheid dan die van directeur deelneemt of bevoegd is deel te nemen aan belangrijke besluitvorming binnen een bank of vennootschap, ongeacht of:
(i) die persoon al dan niet een medewerker van de bank of vennootschap; of
(ii) die persoon al dan niet een salaris of vergoeding ontvangt.

Richtlijn nr. 3 – Grote Posten

Naar deze Richtlijn kan kortheidshalve worden verwezen als de Grote-postenrichtlijn.
In deze Richtlijn hebben de hieronder genoemde begrippen de daarachter vermelde betekenis:
“vermogen” of “garantievermogen” betekent de som van Tier 1 vermogen (kernvermogen) en Tier 2 vermogen (aanvullend vermogen)
zoals gedefinieerd in de Solvabiliteitsrichtlijn.
“gemeenschappelijke onderneming” betekent:
(a) twee of meer personen die één enkele risicopositie vertegenwoordigen als gevolg van het feit dat een van hen direct of indirecte
zeggenschap heeft over de ander of de anderen; of
(b) twee of meer personen die geen zeggenschap over elkaar hebben, maar één enkele risicopositie vertegenwoordigen als gevolg van het feit dat zij
onderling verbonden zijn in zodanige mate dat als een van hen in financiële problemen komt, de ander of alle anderen, naar het oordeel van de Bank,
eveneens problemen zouden ondervinden bij de nakoming van hun aflossingsverplichtingen;

Resolutie 2 december 2010 en geldende tekst Bankwet 1956

RESOLUTIE van 2 december 2010, houdende plaatsing in het Staatsblad van de Republiek Suriname van de geldende tekst van de Bankwet 1956 (G.B. 1956 no. 97, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 2005 no. 56).
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME,
Op voordracht van de Minister van Justitie en Politie.
Gelet op het Besluit Taakomschrijving Departementen 1991 (S.B. 1991 no. 58, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 2010 no. 124). Overwegende, dat het wenselijk is de geldende tekst van de Bankwet 1956 (G.B. 1956 no. 97, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 2005 no. 56) in het Staatsblad van de Republiek Suriname op te nemen, teneinde de raadpleging daarvan te vergemakkelijken.

  • Recente Artikelen

  • Belangrijke Post